Voor de komende dolle dagen,
wil ik uw speciale aandacht vragen.
Met woorden van kolder en humor,
want we willen even geen gemor.

Beneden en boven Hollands rivieren,
gaat men volop carnaval vieren.
Ook ons Twentse Land gaat uit z’n bol,
en kent dagenlang louter nog maar lol.

De spot en de zot vieren hoogtij,
en dat maakt menig carnavalshart blij.
Het zijn de volkse hoogheden die nu regeren,
met hun steken vol kleurrijke veren.

Voor de Droadneggel, Schuppendrieters en de Waterpönskes,
de Köttelpeer’n, Nachtuulkes, de Greune Köttelpeerkes,
en niet te vergeten Casanova met hun graaf,
is het carnavalsseizoen heus geen plaag.

Van hoog tot laag tonen zij hun creativiteit,
met sketches en buuts vol vrolijkheid.
Plaatselijke artiesten krijgen de zalen plat,
van dat spirituele vocht is er meer dan zat.

De prins, graaf, hertog, markies, jonker en hun adjudanten,
vervullen de vreugde van al hun klanten.
Bijgestaan door de wijze Raad van Elf,
in gezellige feestzalen, tot boven in ’t gewelf.

Maar ook de prinsenkinderen op de scholen,
gaan deze dagen door de malle molen.
De klassen staan even op z’n kop,
want ook daar is het carnaval, in kleine dop.

Drie dagen de wereld in een feeststemming,
die ons bevrijdt van menig beklemming,
De rijkelijke confetti, slingers en ballonnen,
tonen ons dat het feest weer is begonnen.

Dorpsbewoners worden hun huizen uitgedreven,
om zich naar Twentes optochten te begeven.
Kilometers lange spot, jool en pret,
Wordt door nijvere wagenbouwers neergezet.

Drommen mensen langs de kant van de straat,
glunderend, terwijl de stoet langzaam verder gaat.
Genietend van praalwagens groot en klein,
uitgedoste groepen en solo’s, o, zo fijn.

Dan dragen we een vrolijk gezicht,
met of zonder masker, ’t is geen plicht.
Even ons strakke gezicht uit de plooi,
want het feest zet ons in de dooi.

Drie dagen de zorgen laten varen,
om slechts de menselijke vreugde te vergaren.
En uitgedost in overal en boerenkiel
Verkrijgen we voedsel voor onze ziel.

Drie dagen feesten als een beest,
alsof het nimmer anders is geweest.
Drie dagen dromen in het paradijs,
het brengt je zowat van de wijs.

Het is alsof Dinkelland ontwaakt,
uit een diepe winterslaap.
Door een frisse beweging, vol kracht en kleur,
die ons onttrekt aan de dagelijkse sleur.

De torens van onze dorpskerken,
houden het volk vooralsnog binnen de perken.
Zij herinneren ons aan de menselijke maat,
en waarschuwen voor onbetamelijke overdaad.

Ze verwijzen naar een hogere waarde,
die ver uitstijgt boven ons bestaan op aarde.
Het is de hemel die over ons waakt,
en tegelijk elk buitensporig gedrag laakt.

Maar deze dagen gunt zij ons plezier en vertier,
want vreugde is niet alleen daar, maar ook hier.
Even geen scores en ander gedoe,
want we zijn wel aan een glaasje toe.

Zet een ander masker op en maak lol,
en speel een heel andere rol.
Verstop je achter je dagelijks gezicht,
want het maakt je leven even licht.

Want maar al te vaak moet je jezelf beschermen,
je lacht,…. maar eigenlijk moet je kermen.
Het is toch heerlijk jezelf te kunnen zijn,
niets te hoeven verbergen, dat is pas fijn!

Vanavond, met al dat feestgeruis,
hebt u zich verzameld in Gods Huis.
Een moment om te bidden en te bezinnen,
en ons hart te openen voor Hem, die ons wil beminnen.

Hij heeft weet van alles in ons hart,
en gunt ons steeds een nieuwe start.
Bij Hem hoef je geen masker te dragen,
je mag je tot Hem wenden, met al jouw klagen

Ooit zond Hij ons Zijn Zoon,
en ontvingen wij Zijn liefde als eerbetoon.
Voor altijd werd de aardse zonde doorbroken,
met het Hemels Liefdesvuur dat was ontstoken.

Verlamden kreeg Hij in de been,
Hij zond ze kerngezond weer heen.
Vrede en verzoening bracht Hij ons op aarde,
een hemels gebaar van onschatbare waarde.

Hij riep ons op: houdt u aan de Wet en de Profeten,
probeer daaraan uw leven te meten.
Leef niet van het minimale,
anders mist u de hemelse finale.

Streeft naar verzoening met vijand, vriend en buur,
niet van korte, maar van eeuwige duur.
Komt hier binnen met een verzoenend gebaar,
en stijg dan op naar Gods altaar.

Laat uw aardse plezier niet bederven,
door de hemel onnodig te tergen.
God kent uw ziel door en door,
en heeft het goede met u voor.

Beseft dat het leven meer is dan plezier,
en uw levensbeker niet alleen gevuld is met bier.
Elk mensenleven is vergankelijk en kwetsbaar,
Mensen, dat worden we allen eens gewaar.

Wanneer de klanken van de Boerenkapel zijn verdwenen,
en u voelt de blaren op uw tong en benen.
Roepen de klokken u uit huis en haard,
naar kerk en kapel, waar uw feestgevoel wordt bedaard.

Dan wordt het tijd om de woestijn in te gaan,
En is het voorlopig met het feesten gedaan.
Laat uw hoofd bestrooien met de as,
en steekt u veertig dagen in de boete-jas.

Doe het masker weer in de kast,
en zet het gezicht op dat u past.
Toon uw ware aard en gevoel,
en zet u in voor het goede doel.

Gelovigen, beseft toch telkens weer,
dat je niet kunt leven zonder ommekeer.
Maak je hart los van tomeloos verlangen,
zet je in voor andermans belangen.

Vreest niet de veertig dagen in de woestijn,
want de Heer zal met je zijn.
Gelouterd zult u weer verrijzen,
wanneer de paasklokken u het bed uit hijsen.

Gelovigen, houdt deze dagen de juiste maat,
opdat u goed de vastentijd in gaat.
Roept gerust drie keer Alaaf,
maar houdt uw ziel en lichaam, vooral toch gaaf.

Gesproken naar eer en geweten,
respecterend Wet en Profeten.
Door uw herder in voor- en tegenspoed,
hij die u wenst: vrede en alle goeds.

Denekamp 3 februari 2018, Feestdag van de H. Blasius

Pastor Jan Kerkhof Jonkman