Hier worden Overwegingen gearchiveerd om ze nog eens na te lezen

 

Zesde Zondag van Pasen: Trouw in de liefde

“Het aantal huwelijken daalt nog steeds”’ hoorde ik deze week in het NOS-journaal zeggen. In twintig jaar tijd is het aantal huwelijken afgenomen met maar liefst een kwart. En het aantal geregistreerde partnerschappen weegt niet op tegen deze terugval. We merken het ook in de kerk: had ik vijf en twintig jaar gelden nog zeker twintig huwelijken, dit jaar staan er slechts twee in mijn agenda. Ik zie het ook in mijn eigen omgeving, in mijn eigen familie: er wordt nauwelijks nog getrouwd, en wanneer je toch gaat trouwen, blijkt dat niet zelden dat het bruidspaar aan hun vrienden moet uitleggen, waarom ze toch gaan trouwen? Zij zien blijkbaar dat het huwelijk niets toevoegt aan hun liefde, aan hun samenleven.

5e Zondag van Pasen: Verbonden met Christus en zijn gemeenschap

Beste mensen, Graag mag ik, wanneer ik er de tijd voor heb, kijken naar het t.v. programma Spoorloos, waarbij de KRO de zoektocht in beeld brengt van pleegkinderen naar hun biologische ouders, de zoektocht naar hun oorsprong. Ook al hebben zij vaak zulke goede pleegouders gehad, vaak blijft er een soort heimwee in hun leven naar hun wortels, naar de plek waar zij ter wereld kwamen, naar hun oorspronkelijk thuis, ook al is vanaf hun eerste kinderjaren Nederland hun thuis geworden, en noemen ze hun pleegouders, vader en moeder.

3e Zondag van Pasen: Herken je Hem?

Donderdagavond werden de beste persfoto’s van 2017 bekend gemaakt. Indrukwekkende foto’s van het leed, het lijden in de wereld, dat mensen elkaar aandoen, foto’s die waarbij de mensen de littekens van de wonden hun leven lang zullen blijven meedragen. Erg getroffen werd ik door een foto uit de Iraakse stad Mosul, die in juli 2017 werd genomen, bij het einde van de slag om de stad te bevrijden uit de wurggreep van IS. Een foto, u hebt deze waarschijnlijk ook gezien, waarbij een soldaat een naakt jongetje op zijn schouders uit de puinhopen van de verwoeste stad wegdraagt, naar een veilig gebied. De fotograaf vertelt bij de toelichting dat de soldaten deze jongen vonden tussen de puinhopen met zijn aan flarden geschoten kleren. Ze wasten hem en één van hen droeg hem op zijn schouders naar een plek waar hij veilig zou zijn, terwijl hij ondertussen in slaap viel op zijn schouders en eindelijk voor het eerst op de schouder van de soldaat tot rust kwam. Het beeld staat nog steeds op het netvlies van mijn ogen. Niet zomaar een foto voor mij, niet zomaar een daad van mensenliefde, maar het vertelt voor mij ook het verhaal, dat er na diepe ellende van geweld, oorlog, diepe vernedering en minachting van mensen, er ook weer hoop en toekomst is. Zou God dan de mensen verlaten hebben in de aan puin geschoten stad? Zou ik Hem in die soldaat mogen zien die het naakte, weerloze, bijna vergeten kleine, weerloze mensenkind uit de puinhopen pakt en naar een veilige en nieuwe toekomst draagt? Juist in de puinhopen, waar mensen elkaar aan flarden schieten en anderen opofferen, omwille van hun eigen belangen en ideeën, komt God tevoorschijn en opent hij een nieuwe toekomst. Was het misschien Jezus, zelf getekend door de wonden van het lijden, die dit jongetje wegdroeg? Of zou het God zelf geweest kunnen zijn die, wanneer wij tot het diepste punt in onze menselijke beschaving zijn gevallen, die ons redt uit de puinhopen die wij veroorzaken en onze menselijke waardigheid teruggeeft?

Herken je Hem? Wil je Hem zien? Zo luidt het thema van deze derde zondag van Pasen, waarin de schrift ons wil laten getuigen van de Verrijzenis van Jezus, van de opstanding uit de machten en de krachten die ons dood en verlamd maken. De ervaringen van de leerlingen na Pasen, willen ons doen geloven dat ook wij Hem kunnen ervaren en zien wanneer wij Hem zoeken. Gaandeweg hebben zij moeten ontdekken, dat het na Goede Vrijdag niet was afgelopen, langzamerhand ontdekten zij dat de Verrezene in hun midden was, dat hij in hen zelf tot leven kwam, opstond, ja , dat hij door de dikke muren heen kon dringen, waarmee zij zich van de buitenwereld hadden afgesloten. Pas gaandeweg gingen hun ogen open en beseften zij dat Jezus nog volop leefde, in hun midden was, tot leven kwam in hun verhalen en in de daden die zij deden in zijn Naam. Sporen van Hem kwamen ze overal weer tegen, teken van herkenning, zoals bij het breken van het Brood. Gaandeweg gingen de ogen van de leerlingen open, gaandeweg kwamen ze tot geloof, zo staat er in de verhalen. Dit betekent dat geloven tijd vraagt, dat je dit niet zomaar leert uit een Catechismusboekje, dat geloven iets anders is dan kerkelijke regels nauwgezet naleven. Geloven is een groeiproces, kost tijd, is een proces waarmee je je leven lang bezig bent. Geloven is openstaan voor het grote Geheim van het leven, je ogen goed de kost geven in datgene wat zich in het leven aan je ontvouwt, en daarin voelen wanneer daarin iets van God, iets van dat Geheim voor jouw ogen oplicht.

Maar gunnen wij ook elkaar, gunnen wij onze kinderen en kleinkinderen de tijd, om dit te ervaren? Geven wij ze de tijd voor dit groeiproces, of rekenen we ze af omdat ze niet precies in ons spoor verder gaan? Geven wij ze de tijd tot het moment komt waarop zij zichzelf kunnen overstijgen, tot zij ontdekt hebben dat God dwars door de muren die zij zich rond zichzelf hebben opgetrokken, ook doordringt tot in hun harten?
God ontmoeten we op onze levensweg, ook al gaan we de verkeerde weg, zoals de leerlingen teleurgesteld wegtrokken vanuit Jeruzalem, de stad van God, op weg naar Emmaus. God laat ons niet in de steek, Hij trekt met ons op, tot wij Hem herkennen in een gebaar van een onverwachte tochtgenoot. Tot wij hem herkennen wanneer wij ons levensbrood met elkaar breken en delen, tot zijn onvoorwaardelijke liefde ons hart verwarmt, zijn verrijzeniskracht ons optilt uit de puinhopen van ons leven en Hij ons draagt naar een nieuwe toekomst.

Lieve mensen, heb geduld, God is aan het werk, ook al zie je Hem misschien nog niet!

Amen.

De Lutte, 15 april 2018

Pastor Jan Kerkhof Jonkman


Vierde Zondag in de Veertigdagentijd: het Kruis, een teken voor de toekomst?

Wanneer je door het Twentse landschap fietst dan kom je naast de vele Mariakapellen ook veel landkruisen tegen. Monumenten, veelal opgericht door onze voorouders, waarin zij uitdrukking gaven aan hun katholieke geloof, dat het leven meer is dan de dagelijkse beslommeringen waardoor wij in beslag worden genomen, ons druk voor maken en in het zweet jagen. Zij wijzen ons erop dat zij in moeilijke tijden, hun hoop en vertrouwen stelden op God, die vanzelfsprekend aanwezig was in hun leven. Soms dragen ze ook treffende teksten, zoals het landkruis aan de Zandhorstlaan in Oldenzaal: O, Crux Avé, Spes Unico, Gegroet, o Kruis, mijn enige hoop,, of de tekst bij het landkruis aan de Voltherdijk in Beuningen: Dit deed ik voor u, wat doet gij voor Mij? Ze zijn niet alleen een herinnering aan de tijden dat het Twentse platteland in Noord-Oost Twente nog doordrenkt was met het katholieke geloof, maar willen ook een teken zijn dat verwijst naar een dieper bestaan van het menselijk leven, dan het oppervlakkige leven van alle dag, waarin wij ons druk maken voor allerlei hebbedingetjes. Zij wijzen ons erop dat het leven meer is dan een aards tranendal, dat ons leven gedragen wordt door een diepere grond, die oorsprong en de uiteindelijke bestemming is van ons korte mensenleven. Sommige landkruisen nodigen de voorbijgangers dan ook uit om even stil te staan in hun vaak jachtige bestaan, even tot rust te komen en te overdenken wat hen beweegt, wat hen motiveert en drijft in het leven, om zo bij de essentie van ons leven te komen.

Vijfde zondag in de Veertigdagen: Durf een beetje te sterven aan jezelf

Vrijdagmorgen viel mijn oog op een klein artikel in de rubriek Streekcultuur met als titel: Levensgezel van meneer pastoor. Een prachtig stukje over het leven van de jonge, stille Sallandse boerendochter Betsie Wichers die in 1973, als huishoudster in dienst trad bij de populaire pastoor Roebbers in Eibergen. Wie haalde het in die jaren het nog in haar hoofd om daar haar toekomst te slijten, er waren in de wereld nog genoeg andere plekken je als jonge vrouw te kunnen ontwikkelen en je talenten te benutten. Toch nam Betsie die stap, een vlucht zo vertelde ze later, om te ontsnappen aan het tamelijk vreugdeloze, armoedige en benauwde Sallandse boerenmilieu.