Lieve mensen,
Wat hebben we een vreemde tijd achter de rug. Opeens ging onze samenleving geheel op slot toen op zondagavond 15 maart de regering de zogenaamde lock-down afkondigde vanwege het coronavirus. Café ’s en restaurants werden van het ene op het andere moment gesloten, mensen mochten niet meer naar hun werk, scholen werden gesloten, mensen moesten thuis blijven, ouders moesten hun kinderen helpen bij het digitale onderwijs thuis, ouderen in verpleeg- en zorginstellingen kwamen in isolatie en mochten geen bezoek meer ontvangen, kerken mochten geen publieke vieringen meer doen. We moesten 1,5 meter afstand houden en mochten elkaar geen hand meer geven. Besmette mensen met het virus werden geïsoleerd en op de IC ‘s verschenen artsen en verpleegkundigen, ingepakt met allerlei beschermingsmateriaal, als maan-mannetjes en vrouwtjes aan het bed. U allen heeft daar op de een of andere wijze mee te maken gehad. Ook wij mochten onze zoon, die al die maanden geïsoleerd in zijn appartement leefde, niet bezoeken. We waren aan allerlei regeltjes gebonden op straffe van een flinke boete. Velen hebben deze maanden met al deze bijzondere wetten en regels als een zware levenslast gevoeld. Zeker wanneer je vader of moeder alleen moest sterven, of soms met één of twee familieleden aan het bed. De uitvaarten met een klein aantal mensen, zonder koor, zonder de fysieke nabijheid en troost van de mensen die je dierbaar waren. En wij, pastores misten u in de kerk. Elke zondag stonden wij in een lege kerk om de viering te verzorgen, hetgeen heel onnatuurlijk is, want vieren doe je samen.

Achteraf, hoe goed bedoeld ook de regels afgekondigd waren om onze kwetsbaren te beschermen, gaan we beseffen hoezeer we die oudere en kwetsbare mensen misschien wel tekort hebben gedaan, door hen te isoleren van hun partners, hun familie, hun vrienden. Soms lijdend omdat ze maar niet begrepen waarom hun dochter of zoon maar niet op bezoek kwam. Achter hekken, glaswanden, speciaal ingerichte bezoekkamertjes en zwaai momenten al of niet met hoogwerkers, werd geprobeerd om binnen de gestelde regels nog enig contact tot stand te brengen. Maar ze misten de vertrouwde hand om de schouder, de knuffel, een aai…. een fysiek gebaar van contact en genegenheid.
Pijnlijk is duidelijk geworden hoezeer de goed bedoelde regels en wetten om mensen en het leven te beschermen, verkeerd kunnen uitpakken, juist een negatieve werking kunnen hebben en als een zwaar juk op onze schouders kunnen drukken: achter het hek en ervoor.

Tegen hen en ons allen zegt Jezus vandaag dat ze bij Hem moeten komen, dat Hij ons verlichting zal geven. Als geen ander voelde Hij aan dat de strenge regels en wetten die de Joodse religieuze leiders in zijn tijd het volk oplegden, en die heel hun leven en omgang met elkaar regelde, hoe goed ook ooit bedoeld, soms als een molensteen om je nek kan voelen. Met allerlei dwangmiddelen en uitsluiting van de toenmalige samenleving tot gevolg. Maar de mens moet niet opgeofferd worden aan de Wet, zo zegt Jezus, maar de Wet is er voor de mens, om het leven te beschermen en door te kunnen geven. Kwetsbare mensen moeten geen slachtoffer worden van wetten en regeltjes. Bovendien kun je niet heel het leven regelen en vastleggen in een wetboek. Juist tegen deze slachtoffers van die zwaar opgelegde wetten treedt Jezus fel op. Want het moet niet gaan om de dwang van de wet, maar gehanteerd worden vanuit innerlijke overtuiging.

Zo hebben velen onder diezelfde kerkelijke wetten nog meegemaakt: de strenge vastenwetten, het nuchter zijn voor de H. Mis, het niet mogen dansen in de vastentijd, verboden oecumenische huwelijken, wetten rond seksualiteit en omgang van verloofde en gehuwde stellen. Kerkelijke wetten waarbij de kerk toezicht hield op het leven van de gelovigen tot aan het echtelijk bed in de slaapkamer toe. Je wist waar je je aan te houden had, anders leefde je in zonde of werd je zelfs geëxcommuniceerd. Veel wetten onderhield men, niet omdat men het belangrijk vond, maar omdat dit nu eenmaal de Wet van de kerk was. Niet verwonderlijk dat veel mensen hierop afgehaakt zijn van de kerk, en vele van de huidige trouwe gelovigen zou voor geen goud terug willen naar deze tijd. Van binnen moeten we voelen dat regels en wetten wenselijk en nodig zijn.

Juist de groep mensen die een zwaar juk op hun schouders voelen, mogen zich vandaag Jezus aan hun zijde weten. Hij wil ook niet dat de mensen en loodzware lasten opgelegd krijgen. Wetten mogen er wel zijn, maar komen vanuit een innerlijke overtuiging. Zo zegt de profeet Zacharia ons vandaag: staar je niet blind op de wet! Juich omdat je koning in aantocht is, je koning die bevrijding brengt! Strijdwagens zal hij vernietigen en alle strijdmateriaal kapot breken. Hij zal vrede brengen.

Lieve mensen, die vrede, die nieuwe samenleving kan er komen, ook na corona, als wij elkaar geen zware wetten en regels opleggen, en zeker niet vanuit de Kerk. Juist zij moet instaan voor de uniciteit, waardigheid en bescherming van elk kwetsbaar mensenleven. En wanneer mensen lijden onder het zware juk van de Wet en de opgelegde regels, zal zij de loodzware last die op hun schouders drukt, moeten verlichten, naar de woorden van Jezus: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.

Mogen deze woorden Jezus ons vandaag, nu wij als geloofsgemeenschap voor het eerst in onze parochiekerk weer samen komen, troosten en bemoedigen na een verwarrende tijd, en mogen zij hoop schenken voor de toekomst die gloort!

Amen.

Ootmarsum, 5 juli 2020,

Pastor Jan Kerkhof Jonkman