Graag mag ik de columns lezen in de Tubantia, o.a. van Nynke de Jong. Zo schreef zij woensdag j.l. over de gevolgen van de droogte over de pruimen, die dit jaar maar niet willen groeien tot de minimale dikte om ze kunnen afleveren aan supermarkten. Boer Kees uit het Zeeuwse Wemeldinge kwam hiermee in het nieuws en zat met het probleem dat zijn pruimen maar 35 millimeter dik waren en geen 38 zoals de supermarkt eist. Hij bleef daardoor met 60.000 kilo pruimen zitten. Gelukkig kwam er een oplossing via zijn zus, waardoor ze alsnog gebruikt kunnen worden voor de jam en de kleine supermarkten die ze wel willen hebben. Maar in de column stelde Nynke de eisen van de Nederlandse, veeleisende consument aan de kaak. Want zo’n regel over de grootte zal ooit ingevoerd zijn vanwege de klachten van de consument omdat ze erover klaagden dat ze te klein waren. Dus werden er , zo schrijft zij richtlijnen opgevoerd opdat wij niet stampvoetend bij het groente – en fruitvak staan. Meer dan 10 procent van onze groente en fruit wordt er verspild vanwege te groot, te klein of kleur. Zo moeten al onze paprika’s groot en glimmend zijn en de komkommers kaarsrecht. En je vraagt je af waar die kromme komkommers, en de misvormde aardappelen zijn? Het heeft in elk geval niets te maken met de smaak.
Beste mensen, moeten wij ons zo langzamerhand niet schamen, nu wij, 20 % van de wereldbevolking in grote weelde leven met bijna al het voedsel in ons bezit, terwijl de rest, 80 % met moet doen onder het bestaansminimum of dagelijks met honger opstaat en naar bed gaat? Hoe zorgvuldig gaan wij om met het vele overvloedige dat wij hebben en in onze voorraadschuren en koelhuizen ligt, zonder in staat te zijn het levensvoedsel te delen met de ander, de hongerige massa. Terwijl de uitgehongerden uit Afrika in Gibraltar uit Afrika over het hek klimmen en elke dag honderden met gevaar voor eigen leven de Middellandse zee oversteken om hier voedsel te vinden om in leven te kunnen blijven, gaan wij rustig op vakantie en genieten we van onze eigen overvloed.

Het lijkt erop alsof wij ons niets aantrekken van de hongerige massa, zoals ze ons vandaag wordt voorgeschoteld in het Evangelie. De massa, verlangend naar voedsel wat hen in leven houdt en die de dag afsluiten met een hongerige maag. Blijkbaar zijn wij niet meer in staat om te delen met datgene wat we hebben, willen we meer dan we zelf nodig hebben, is de tijd voorbij dat we een deel van onze oogst afstonden uit dankbaarheid voor hetgeen de oogst opbracht, en gaat er geen mooi stuk vlees meer van het geslachte varken naar de pastorie, uit dankbaarheid voor God voor de vruchten van de schepping. Nee, hoe meer wij bezitten, hoe meer wij gericht zijn op ons zelf, onze eigen voorraad , en ons nauwelijks iets aantrekken van de ander en andere waarden in ons leven buiten ons gezichtsveld en interesse vallen. Komt daar wellicht het gevoel van leegte en zinloosheid vandaan waaraan veel mensen in onze samenleving lijden?

Juist door te delen kunnen we het levensbrood vermenigvuldigen. De leerlingen van Jezus reageren net zo als wij geneigd zijn te doen. “Hoe moeten wij al de hongerige magen voeden? Wij hebben veel te weinig voor al die mensen? Dat kan onze samenleving niet aan!”
En het is juist een kind, een kleine jongen die ons het goede voorbeeld geeft, hij stapt naar voren en geeft Jezus datgene wat hij aan voorraad aan het eind van de dag nog in zijn rugzak over heeft. Drie broden en twee vissen, veel lijkt het niet te zijn, maar wanneer er gedeeld wordt, dan blijken er wonderen te kunnen gebeuren en kunnen alle hongerige magen gevoed worden, ja er blijven zelfs twaalf gevulde manden over, twaalf manden die staan voor de mensen die na ons komen, de volgende generatie. Kleine, eenvoudige mensen, die nog niet vergiftigd zijn met egoïsme en hebzucht, mensen die het schamele delen van wat ze hebben, zoals onze voorouders dat ook deden met elkaar. Zij geven ons het voorbeeld, zij laten het wonder zien dat delen uiteindelijk vermenigvuldigen is. Zij weten dat er diepere waarden zijn in het leven dan rijkdom, materiële welvaart. Zij waarderen de te kleine pruimen, de kromme komkommers, de misvormde aardappelen, zij hebben weet van de nood van de ander en weten hun levensreddende hand uit te steken.

Moge het evangelie, dat ook nog altijd actueel is in onze tijd en nog altijd onze levenshonger en die van anderen kan voeden, ons inspireren en aanzetten tot het oprecht met elkaar delen van ons levensvoedsel, opdat het wonder van het delen zich blijft voltrekken en we met onze voorraden de diepste levenshonger van mensen weten te stillen.

Amen.

Beuningen 29 juli 2018,

Pastor Jan Kerkhof Jonkman