Veel mensen in onze samenleving gaan elke dag, jaar in jaar uit naar hun werk zonder het gevoel dat ze hun werk een zinvolle bijdrage leveren aan de samenleving en het leven van de mensheid. De Britse antropoloog Graeber schreef hierover in zijn boek Bullshit Jobs, vrij vertaald: onzinwerk. Onder de mensen die meededen aan zijn onderzoek verklaarde maar liefst 37% dat zij met hun baan geen zinvolle bijdrage leverden aan de wereld. Zij produceren “gebakken lucht” , werken mee aan producten die totaal overbodig zijn, het milieu zelfs vervuilen, nutteloze onderzoeken doen omdat de organisatie middels een bepaald rapport moet scoren zonder dat er ook maar iets van wordt uitgevoerd. Mensen in glimmende pakken en stropdas die allerlei financiële onzinproducten verkopen. U vindt ze bij de afdelingen ICT, marketing, sales en development. Zo verklaarde een beleidsmedewerkster bij de provincie dat zij voor een project was ingehuurd om de gedeputeerde te laten scoren. Ze kreeg er pijn van in haar lijf toen zij dit onzinnige duurbetaalde onzinklusje moest doen via het adviesbureau. Het gaf geen zin aan haar leven. Juist deze onzinbanen worden goed betaald, terwijl ze geen bijdrage leveren aan een betere samenleving. Het lijkt wel een omgekeerde wereld: mensen die geen nuttig werk doen, krijgen dik betaald en mensen die wel nuttig werk verrichten, zoals mensen in de zorg en het onderwijs moeten het doen met een schamel loontje en werkdagen die gepaard gaan met stress omdat er te weinig geld is voor noodzakelijk personeel. Velen blijven toch doorwerken zolang ze met hun salaris hun kinderen nog royaal te eten kunnen geven, maar enkelen stoppen met hun onzinbaan en maken andere keuzes, zij kiezen voor werk ( ook al is het vrijwillig) waaraan ze zin beleven, en iets voor de ander of de samenleving kunnen betekenen. Mantelzorg, taalles geven voor vluchtelingen, vrijwilliger bij de voedselbank, werk die zij als nuttig ervaren en waar ze diep van binnen rijk van worden.

Ondertussen dendert onze economie maar door, een economie die geheel aangejaagd wordt door hebzucht en onverschilligheid. Elk jaar nog meer procenten groei, nog rijker, terwijl het leven steeds harder wordt en we de zorg voor onze ouderen en kwetsbaren bijna niet meer op kunnen brengen. In hoeverre zijn we rijk? In materieel opzicht misschien wel met ons huis volgepakt met luxe, met vele spullen die we niet echt nodig hebben en die nauwelijks iets toevoegen aan ons levensgeluk en aan het geluk van anderen.
Terwijl onze voorraadschuren, ondanks onze droogte op dit moment, uitpuilen, we de wereldbevolking er royaal mee kunnen voeden, lukt het ons niet een systeem te bedenken van een rechtvaardige verdeling van het voedsel over de aarde, het levensbrood waar elke mens recht op heeft. Ooit zei Ghandi: “Op de wereld is er genoeg voor ieders behoefte, maar er is nooit genoeg voor ieders hebzucht”. Met onze economie, aangejaagd door hebzucht en onverschilligheid, jagen we de zwakkeren en de hongerigen over de rand van de afgrond.
De economie van de wereld is gericht op één ding: hoe kan ik rijk worden!
Maar in de wereld hongeren velen naar levensbrood, daarmee doel ik niet op het gebakken brood dat hen in leven houdt, maar het levensbrood dat uit de hemel neerdaalt: zoals liefde, licht, hartelijkheid, zorg voor je kwetsbare medemens, heerlijk smaakvol en voedzaam brood, waar we niet zonder kunnen. Brood dat ons leven opvrolijkt en weer zin geeft.
Over dat brood gaat het in de Schriftlezingen van vandaag, het Brood dat uit de hemel neerdaalt, het brood waarvan Jezus zegt: Ik ben dat Brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.

Beste medegelovigen:
De wereld snakt naar een nieuwe mens, die zijn inspiratie en energie niet haalt uit onzinbanen en onzinnig werk, maar die zijn energie en inspiratie haalt uit het brood van de hemel, het brood dat leven geeft!
Van een economie van de wereld moeten we toe naar een economie van het hart, m.a.w. naar een economie die er naar streeft om niet jezelf, maar de ander te verrijken. Dat vraagt om bekering tot een ommekeer van onze mentaliteit van onverschilligheid naar zorg, omkeer van hebzucht naar solidariteit.
Want het brood dat uit de hemel neerdaalt is bedoeld om te delen, vrijmoedig en gul! Met aandacht voor elkaar, vriendelijkheid, met medeleven en barmhartigheid maken we elkaar pas echt rijk. Wie zo geeft zal ook rijkelijk ontvangen. Laat ons vandaag bidden dat de economie van het hart het zal winnen om de levenshonger van elke mens te kunnen voeden met het levend brood uit de hemel!

Amen.

De Lutte, 5 augustus 2018

Pastor Jan kerkhof Jonkman