U kent allen wel het populaire liedje dat vaak tijdens huwelijksvieringen en ook op uitvaarten wordt gezongen, het liedje van Claudia de Breij: “Mag ik dan bij jou?”
Als er oorlog komt, als de avond valt en het donker wordt, als ik verdrietig ben, als het einde komt, mag ik dan bij jou, mag ik dan bij jou schuilen, droog jij dan mijn tranen? Een ontroerend lied waarin mensen die verdriet hebben, het niet meer zien zitten, bang zijn en verlangen naar geborgenheid, troost, een arm om je schouder, verlangen naar iemand die je begrijpt, waarbij je veilig bent en je helpt je levensweg verder te gaan. Mag ik dan bij jou!

Zou daar misschien diep van binnen ook Zacheüs niet naar hebben verlangd toen hij hoorde dat Jezus eraan kwam, de man die oog had voor zondaars en tollenaars, voor mensen die vastgelopen waren in het leven? Ja, hij zelf was niet zomaar zo rijk geworden, hij had als belastingambtenaar er wel voor gezorgd dat hij zijn eigen zakken goed had gevuld, ten koste van de belastingbetaler. En dat ging hem steeds meer dwars zitten, van binnen kreeg hij steeds meer wroeging. Nu hoorde hij dat Jezus, die mensen weer vrij maakt van hun zonden in aantocht was. Maar omdat hij klein van gestalte was klom hij in een vijgenboom en hoopte stilletjes dat Jezus hem zou opmerken. Ja, hij zat hoog in de boom, zoals hij in zijn leven ook al veel te hoog in de boom was geklommen en mensen tekort had gedaan omwille van eigen gewin. Een vijgenboom die in de Bijbel staat voor het dragen van goede vruchten, maar daar was in zijn leven geen sprake van geweest. Maar tegelijk huisde er in deze tollenaar ook een ander mens, want ergens heeft gevoeld dat zijn rijke bezit hem als mens eerder armer maakte dan rijker. Blijkbaar merkte Jezus hem op, op zijn radar en moet Hij gevoeld hebben dat deze kleine tollenaar verlangde naar zuiverheid, naar een ommekeer in zijn leven. Wanneer Jezus tegen hem roept, Zacheüs, mag ik dan bij jou? Bij jou moet ik vandaag te gast zijn. Jezus nodigt hem uit, uit die hoge boom te komen waarin hij zich tijdens zijn leven had genesteld, en Hem te ontvangen in zijn huis. Want Hij was gekomen om de verloren mensen van Israël te redden. En wanneer hij bij hem thuis is, komt het nodige naar buiten, maakt hij schoon schip met zijn leven, schenkt hij de helft van zijn bezit aan de armen en voelde hij dat afstand van geld en goed, hem innerlijk blij maakte.

Beste mensen, wat kan dit verhaal ons heden ten dage zeggen? Zitten wij als rijke westerlingen niet te hoog in de boom met al onze rijkdom die wij de afgelopen eeuwen hebben vergaard en ons hebben toegeëigend, ten koste van de armen in de wereld? De kostbare grondstoffen die we uit de bodem hebben gehaald en anderen hebben laten zitten met grote milieuvervuiling? Hebben wij onszelf als Zacheüs niet verrijkt met de vrije markt economie, ten koste van het leven op aarde en de toekomst van de armen en generaties na ons? Gaat dat langzamerhand ook niet bij ons wringen en komt bij ons ook niet langzaam het besef naar boven dat het een keer genoeg is? Dat wij, net als Zacheüs, bereid moeten zijn om onze rijkdom te delen? Nee, het is nog niet te laat, ook wij moeten bereid zijn uit de hoge boom naar beneden te komen en onder ogen zien wat de vrije markt economie heeft aangericht en waarin wij tekort geschoten zijn. Wanneer wij dat onder ogen zien en Jezus ook onze gast mag zijn in ons huis, zal een ommekeer mogelijk zijn. Het zal onze ziel en de mensheid ten goede komen. Amen.

3 november 2019, Gerardus Majella, Denekamp.

Pastor Jan Kerkhof Jonkman