Hoe groter de organisatie wordt, des te meer regels en protocollen worden er ontwikkeld. Dat merk je in de zorg, maar dat is niet anders in de kerk, waar ze in de loop der eeuwen een heel ‘Wetboek vol met regels hebben geschreven, het gaat maar liefst om 1752 paragrafen, waarin alle regels en geboden worden beschreven voor het kerkelijk leven, van wieg tot graf, van gewone gelovige tot en met kerkelijke ambtsdragers, de hiërarchie, van doop tot wijding, van de inrichting van de parochie tot en met het hoogste kerkelijk bestuur in Rome. Blijkbaar moet heel het christelijk leven dichtgetimmerd worden, zodat de kerk haar greep op het leven tot in de slaapkamers van de gelovigen toe in handen heeft.
Natuurlijk is het goed dat er regels zijn, om zo het leven voorrang te geven, of als richtlijn om in bepaalde, ingewikkelde situaties goed te kunnen handelen. Maar in daar moet je als gelovige niet de hele dag mee onder de arm lopen, om bij elke situatie het wetboek even te raadplegen. En dat was in de tijd van Jezus niet anders. En ondanks dat de belangrijkste leefregels waren vastgelegd in de Tien Geboden, de Tien Woorden, Tien Leefregels, was het blijkbaar nog niet genoeg om van daaruit zelf een afgewogen beslissing te nemen. Daardoor kwamen er nog allerlei wetten en geboden bij, o.a. reinheids- en spijs wetten. Onze kerk heeft hetzelfde gedaan en ook aan de Tien geboden nog eigen geboden toegevoegd.

Maar waar komt het uiteindelijk op aan? Hoe kunnen wij leven zoals God het heeft bedoeld? Wat wordt er uiteindelijk van ons gevraagd? Daarop geeft Jezus een heel duidelijk en kernachtig antwoord. Bemin God en de naaste als jezelf, is zijn korte antwoord. Het gaat er niet om dat je de hele dag met het Ge- en Verboden Boek onder je armen loopt en nauwgezet in de gaten houdt of je wel goed handelt in overeenstemming wat de Kerkelijke
Gezagsdragers ons ooit voorhielden. De tijd is voorbij dat de priesters nauwgezet in de gaten hielden of we ons nog wel hielden aan de kerkelijke voorschriften en geboden. De tijd is voorbij dat we de plaatselijke pastoor moesten vragen of we in de tijd van onze verkering onder één dak mochten slapen, ook al sliep de één op zolder en de ander een verdieping lager. De tijd is voorbij dat mijn vader door de pastoor op het matje werd geroepen omdat hij het agrarisch blad de Boerderij las, dat in die tijd verboden was voor katholieke boeren. Maar omdat hij ook tegelijk de Boer en Tuinder had, mocht hij het behouden. De tijd is voorbij dat je de pastoor moest vragen of je wel ter communie mocht wanneer je per ongeluk een druppel water binnen had gekregen en je niet meer 100% nuchter was. De tijd is voorbij dat je de gemengde verkering uit moest maken omdat je zo nooit een christelijk, goed en liefdevol huwelijk kon aangaan waarin je gelukkig kon worden. Alsof protestanten geen eerzame mensen waren.

Waar komt het uiteindelijk op aan in het leven? Hoe leef je een christelijk leven?
Vandaag geeft Jezus ons een heel eenvoudig antwoord. Bemin God en hou van je naaste als van jezelf! Dus het blijft niet bij het vervullen van de zondagsplicht, door trouw elke zondag de kerkdienst bij te wonen. Dat is nog maar de helft van jouw opdracht als christenen. Nee, wanneer je uit de kerk komt en je het zondagse pak hebt uitgetrokken en weer in de kast hebt gehangen, dan begint het pas, zo zei een oudere parochiaan ooit tegen mij. Ik weet dat op maandag de volgende taak op mij wacht, dat ik in het leven van alle dag moet laten zien dat ik een christen ben, dat ik het leven van de ander respecteer, dat ik net zoveel van het hem hou als van mijn eigen leven. Dat ik hem net zoveel gun, als ik mij zelf gun.

Want je naaste beminnen, betekent dat je blij bent dat hij of zij er is, dat je om die ander geeft, dat je die ander het leven en het geluk gunt. Dat je net zo dankbaar bent voor zijn/haar leven dan voor jouw eigen leven. Dat ons aller leven een geschenk is dat we ooit hebben gekregen, geen bezit, maar iets om van te genieten, van te houden, en met elkaar te delen. Dankbaar zijn dat hij/zij er is, dankbaar zijn dan Hij er is, God zelf die in onze harten wil wonen. Als wij dat kunnen opbrengen zal de harmonie tussen mensen tot stand komen, zoals Jezus voor ogen had. Een harmonie tussen mensen waarin God volop aan het licht kan komen.

Waar komt het uiteindelijk op aan in ons leven?
Hou met heel je hebben en houden van God, de Schenker van het leven, hou van jezelf en van je medemens!
Als je dat doet is dit dikke Wetboek overbodig, dan is je hart het kompas waarmee je de goede weg gaat. Amen.

Gerardus Majella, 4 november 2018

Pastor Jan Kerkhof Jonkman