Beste medegelovigen, ik denk dat u het misschien wel herkent uit uw eigen jeugd, de moeders die zich helemaal wegschenken om alles te kunnen geven aan haar man en kinderen. Zo herken ik ook mijn eigen moeder, altijd was zij de laatste die aan tafel zat, soms hadden wij het eten al op en dan moest zij nog beginnen en ondertussen was zij al bezig met de volgende gang die klaar stond. Zij zorgde ervoor dat iedereen het beste kreeg wat zij te verdelen had en altijd was zij tevreden met hetgeen er als laatste overbleef. Ook bij een onaangekondigde gast, was er nog altijd een stoel vrij en werd er een extra bord op tafel bijgezet. Dan nam zij genoegen met een kleiner portie. Misschien had zij dan zelf minder op haar bord, maar aan haar ogen kon je zien dat zij straalde, dat zij ervan genoot om de anderen en de gast het naar de zin te maken. Haar vrijgevigheid werd op een andere wijze beloond en dat maakte haar van binnen gelukkig. Eerst de ander en dan ik zelf!

Ja, zo doen heel veel moeders ook nu nog zo: eerst mij kind en dan ik. Zo doen veel levenspartners het ook: eerst de ander en dan ik. Zo handelen ook veel verpleegsters en verzorgers: eerst mijn patiënt, eerst mijn cliënt en dan ik. In de ogen van God zijn dit de mensen die echte offers brengen, zo maken de Schriftlezingen ons vandaag duidelijk. Offers waar wij steeds meer van vervreemd raken in onze rijke, welvarende maatschappij, waar het dikke IK vaak op de voorgrond staat. Een tijd waarin onze boodschappenkarretjes overvol belanden zijn met veel lekkernijen en producten die niet eens noodzakelijk zijn voor onze basislevensbehoeften. We laden onze voorraadkasten en kelders vol, want we zouden eens niet genoeg hebben en zelf iets tekort komen, terwijl we rustig gaan slapen, en er wereldwijd, maar zelfs ook in ons land, kinderen naar bed gaan met een hongerige maag. En eigenlijk verschilt onze wereld niet zoveel van tijd waarin de Bijbelverhalen zich afspelen.

Gelukkig komt de profeet Elia, die zelf ook niet veel heeft te besteden en zich als een bedelaar voordoet, een arme weduwnaar tegen, die geen geld heeft om hout te kopen, maar het bij de stadspoort bij elkaar moet sprokkelen. Hij vraagt haar, zij die nauwelijks nog eten heeft voor die dag, om water en als het kan om wat brood. Waarom komt hij toch bij haar, zij die wanneer zij alles geeft haar en haar zoon de hongersnood wacht. Laat hij toch naar de rijken gaan, moet zij bij zichzelf gedacht hebben. Toch dringt Elia aan. Ze moet niet bang zijn. Ze kan op Elia vertrouwen, het meel raakt niet op, de kruik met olie raakt niet op, zo zegt het verhaal. En misschien denkt u, dat het een goocheltruc is, dat zou je denken wanneer je het letterlijk neemt. Nee, dat is niet de bedoeling van de verteller. Nee de verteller van deze wonderlijke verhalen willen ons iets zeggen over vertrouwen dat wij kunnen opbrengen, over hoe rijk je bent wanneer je in alle eenvoud kunt leven. In al haar armoede weet de weduwe nog te delen, ze is gastvrij, maakt brood met het laatste reepje meel en olie. En wat blijkt? Er is genoeg, nog meer: er is overvloed. Als mensen kunnen delen, dan zorgt God voor overvloed. Als mensen elkaar vertrouwen schenken, worden de lasten vederlicht.

Ja, wij laden ons vol met alles wat we denken nodig te hebben, bang om tekort te komen, bang om naast de voordeligste aanbieding en reclame te grijpen. Maar niet alleen met voedsel, maar ook laden wij ons hoofd vol met allerlei denkbeelden, angsten om er niet bij te horen, ingebeelde ziektes, trends en vooroordelen. Ja, dan kan het leven gecompliceerd worden en kunnen wij er in verstrikt raken en soms geen uitweg meer zien.
Eenvoud brengt dan vaak genezing. Het leven terugbrengen tot de meest wezenlijke vorm en daar je levensbestemming, je levensgeluk te vinden.

Eenvoud is de basis van het Rijk van God, waarover Jezus vertelt. Het gaar over iets heel eenvoudigs: je naaste beminnen als jezelf, je brood delen met wie erom vraagt, daarin zul je God eren. Dat Rijk gaat dus niet over godsdienstige hoogstandjes. Nee, van je overvloed geven is geen kunst. Jezus wijst daarbij naar de Farizeeën en Schriftgeleerden, de mannen die het zo goed weten en alles dik voor elkaar hebben. Die geven wel, maar eten er niets minder om. Ze vertrouwen op niets en niemand anders dan hun eigen hebben en houden. Maar God maakt geen diepe buiging voor de geestelijke leiders die voorop lopen, die in hun lange gewaden rondlopen, die graag gezien willen worden en tegelijk anderen de maat nemen. Niet zij redden de wereld, maar de kleine, sjofele mensen, die eerst aan anderen denken. Zij halen nooit de voorpagina, zij zien we niet in de Talkshows op de televisie, maar zij zijn het wel die de harten van de mensen bereiken.

Eerst de ander en dan ik! Ja, dat lukt zelfs de arme weduwe, die niets heeft te verliezen. Ze geeft wat ze heeft en merkt dat er dan nog zelfs over is. Zij durft te vertrouwen op God die zorgt voor overvloed wanneer wij bereid zijn te delen. Want wie geeft wordt niet armer, maar juist rijker! Dat moet ook mijn moeder diep van binnen tot een gelukkig en rijk mens hebben gemaakt.

Amen.

Beuningen/Ootmarsum,

10/11 november 2018