Gooi je netten over een andere boeg!

Beste mensen,
Vandaag vieren we bevrijdingsdag, en u behoort tot een generatie die de bevrijding, als kind hebt meegemaakt. Dat moet een geweldige ervaring zijn geweest, de vrijheid te voelen, na vijf zware jaren van onderdrukking en terreur. Het waren ook jaren waarin de kerken weer vol stroomden, en de mensen in hun nood hun toevlucht zochten tot hun geloof. Je kunt met een gerust hart zeggen dat de netten van de kerk toen overvol zaten, tot scheuren toe. Nood leert bidden, zo luidt een bekend gezegde. Na de oorlog brak een nieuwe tijd aan, een tijd van wederopbouw, een tijd waarin ook allerlei nieuwe ideeën van over de oceaan naar ons toewaaiden. Nederland en Europa gingen een nieuwe tijd tegemoet. Een tijd waarin je in vrijheid keuzes kon maken, je andere wegen ging dan je ouders voor je in petto hadden, je zelf koos of je nog wel elke zondag naar de kerk ging, voor de kerk ging trouwen of je kinderen liet dopen. Het werd een tijd waarin steeds meer mensen de kerk verlieten en het geloof de rug toekeerden. De secularisatie was in gang gezet….. de eerste scheuren in Rijke Roomse werden zichtbaar. De blik op het eeuwige, op eeuwige waarden, werd langzamerhand toegekeerd naar het aardse, het materiële, het tijdelijke en vergankelijke. En geloof was niet langer een verplichte erfenis die van generatie op generatie doorgegeven werd.

Toen de kerk haar greep op de samenleving steeds meer begon te verliezen, riep paus Johannes de 23e het Tweede Vaticaans Concilie bijeen. Hij vond dat de kerk oog moest hebben voor de moderne tijd, haar nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Hij zette de ramen van de kerk open, zodat de geesten van kerk en wereld elkaar konden raken. Want volgens hem en vele bisschoppen was Gods Geest niet alleen werkzaam in de kerk, maar was zij ook aanwezig en werkzaam in de wereld, in Gods wereld. Als we de netten niet over een andere boeg gooien, zo dacht hij, zal het helemaal leeg lopen.

Zo werd het priesterkoor ontdaan van het ijzeren hekwerk en was dit voortaan ook toegankelijk voor het volk, voor lectoren en leken voorgangers. De mis werd gelezen in de volkstaal, de priester kwam van de Calavarieberg af en ging met het gezicht naar het volk staan aan de altaartafel die een plek kreeg op de grens van het priesterkoor en het schip. Parochianen begonnen volop mee te doen in allerlei werkgroepen en er kwamen zelfs beatmissen. Als jongere vond ik dit een geweldige tijd. Maar ook deze aanpassingen kon het kerkelijk leven in West Europa niet redden. De netten liepen steeds verder leeg, er verdwenen kerken, iets dat voorheen ondenkbaar was. Met het verdwijnen van het vertrouwde geluid van de kerkklokken, verschenen de eerste moskeeën in de straat. Het vertrouwde kerkelijk landschap brokkelde steeds verder af, en werd aan de andere kant veelkleuriger door de komst van andere religies.

Vijf- en zeventig jaar na de bevrijding ziet ons kerkelijk landschap er heel anders uit. Soms denk ik : zou ik de laatste zijn, die de deur van de kerk gaat sluiten? Waar heeft al mijn zwoegen, al mijn zorg en inspanning voor de kerk toe geleid? Heb ik een groot deel van mijn leven dan voor niets gegeven aan de kerk? Waarom lukt het niet om de kerkelijk netten weer goed gevuld te krijgen? Ik krijg net zo’n gevoel als Petrus en de leerlingen moeten hebben gehad, toen ze de hele nacht hadden gevist op het visrijke meer van Galilea, maar uiteindelijk niets vingen. Ook in de eerste christentijd was het blijkbaar moeilijk om de mensen te interesseren voor het geloof. Al hun inspanningen leken ook niets uit te halen. Ook zij moesten ervaren dat de kerk ook mensenwerk is, met alle teleurstellingen die je daarbij tegen kunt komen. Het gaat er uiteindelijk om of wij net als Petrus, net als de leerlingen, net als paus Johannes de 23e durven geloven dat het ook Gods werk is, dat Hij zorgt voor voldoende netten te zijner tijd? Als we dit geloven, dan moeten ook wij bereid zijn onze netten over een andere boeg uit te gooien, dan moeten we ook bakens durven te verzetten. Tussen alle brokstukken die de kerk heeft achtergelaten in onze moderne tijd, zijn er mensen nodig die ons de ogen openen voor het vele goede dat in de wereld gaande is. In dat leger van die goede mensen mogen we de Verrezen Heer aan het werk zien. Net als toen is Hij nog altijd aanwezig en werkzaam onder ons. Daarom is het ook aan ons om niet terug te kijken, te treuren over de lege kerkbanken, over het feit dat onze kleinkinderen niet gedoopt zijn, maar moeten ook wij de netten over een andere boeg gooien en vertrouwen hebben dat de Verrezen Heer ervoor zorg draagt dat ook onze netten ooit weer overvol raken!

Amen.

Gerardus Majella, 5 mei 2019,
Diaken Jan Kerkhof Jonkman