Op 27 oktober 1956 vertrokken 10 jongens tussen de 17 en 19 jaar van het Kleinseminarie in Zenderen, onder leiding van drie paters Karmelieten, met de boot vanuit Antwerpen naar Brazilië, om daar hun verdere studie af te maken en zich voor te bereiden hun het werk aldaar. Dat moet een geweldige onderneming zijn geweest in die tijd, waarin je wist dat je het vaderland voorlopig niet meer terug zou zien. Zo trokken 10 jongens, waaronder twee Tukkers een nieuw avontuur tegemoet, hun roepstem volgend om missionaris te worden in Zuid Amerika, een voor hen vreemd land, een heel andere cultuur. Allemaal waren ze enthousiast begonnen aan de oproep van de paters: wie wil er naar Brazilië, om zo hun hun roeping waar te maken. Thuis op de Twentse boerderijen zullen de ouders en de familie met deze beslissing van de jongens het niet altijd eens zijn geweest. Eveneens wanneer een zoon of dochter met de mededeling thuis kwam dat zij/zij naar het klooster wilde gaan. Menige traan, soms in het verborgene, zal zijn gelaten door de ouders wanneer zij hun zoon of dochter moesten missen. Wanneer je een roeping voelde tot het geestelijk of religieus leven, dan moest je het oude leven, dan moest je het wereldse leven achter je laten, en trad je toe tot een nieuwe kloosterfamilie. Niet alle jongens die vol idealen vanuit het seminarie in Zenderen vertrokken waren, haalden de eindstreep. Zeven traden uiteindelijk uit het klooster of ambt, drie zijn nog steeds werkzaam in het pastoraat, waaronder pater Hennie Haamberg uit Tilligte. Je roeping volgen, betekent een radicale keuze maken in jouw leven. Zo heb ik ook dertig jaar geleden mijn baan opgezegd om aan het werk te gaan in de kerk. Mijn diakenwijding was dan ook een keuze voor het leven, een keuze waarin ik werd gesteund door mijn echtgenote en kinderen. Zij voelden het als een bevestiging van datgene wat er diep in mij leefde. Het voelde voor mij als thuiskomen op een plek waar ik mij gelukkig voelde. Aan het begin van de wijding werd ik door de bisschop naar voren geroepen en moest ik antwoorden: Ja, hier ben ik! Woorden die ik nooit meer zal vergeten en die diepe indruk maakten. Wanneer men mij vandaag opnieuw zou roepen, dan zou ik hetzelfde antwoorden: Ja, hier ben ik!

Zo zal het ook met Jesaja zijn gegaan. Zo zal het ook met de leerlingen, die gewoon met hun dagelijkse praktijk, het vissen bezig waren, zijn gegaan toen Jezus hen opriep om alles achter te laten en Hem te volgen. Roeping ervaar ik dan ook als op je plek komen, op de plek waar je ten diepste gelukkig bent, waar je helemaal jezelf kan zijn. Roeping is dan ook geen stem van boven die je influistert dat je naar het klooster moet gaan of pastor moet worden, nee roeping is een stem diep in je hart die je leidt naar de plek waartoe je geboren en geschapen bent, de plek in de wereld waar je je thuis voelt en gelukkig bent. Roeping is ook geen voorrecht voor religieuzen of priesters, nee het is iets wat ons allemaal overkomt. Allemaal worden we geroepen naar een plek waar wij ons thuis voelen. Zo zijn er zovele roepingen in onze samenleving, roeping je in te zetten voor de medemens, voor de kwetsbaren, voor vluchtelingen, voor kinderen, roeping om de wereld beter te maken, roepingen binnen en buiten de kerk, roeping binnen je beroep of als vrijwilliger. Zo kom ik vaak mensen tegen die met zoveel passie en overgave hun werk doen, mensen die niet hebben gekozen voor het grote geld, voor een glanzende maatschappelijke carrière, maar met grote toewijding hun werk, ten dienste van de medemens en de samenleving. Mensen die van binnenuit antwoord geven op de roepstem van de Heer, om er in de samenleving te zijn voor de ander/Ander.

Jouw roepstem volgen is niet altijd gemakkelijk, soms word je teleurgesteld door het respons dat je krijgt, soms wordt al jouw zwoegen, al jouw inzet, niet beloond en krijg je niet het resultaat zoals je had verwacht. Je hebt je kinderen het goede voorbeeld gegeven, je hebt er alles aan gedaan, je hebt ze laten dopen en vormen, en nu doen ze niets meer aan het geloof, nu hebben ze de kerk de rug toegekeerd. Het net dat jij uitgegooid hebt is uiteindelijk leeg gebleven. Zo had ik ook natuurlijk idealen en verwachtingen van de kerk waar ik met hart en ziel mij heb proberen te geven, maar moet ook zien dat de toekomst van de kerk die ik voor ogen had, totaal anders is uitgepakt en het erop lijkt dat ook wij als pastores in onze samenleving langzaam lijken uit te sterven.

Maar we moeten het, ondanks al ons zwoegen, al onze teleurstellingen niet opgeven, zegt Jezus ons vandaag in het Evangelie. Hij geeft ons het advies het net over een andere boeg te gooien. We moeten het op een heel andere manier proberen, een andere vorm van kerk-zijn proberen. Misschien lukt het ons dan wel om letterlijk mensen op te vissen voor onze idealen, voor een nieuwe vorm van kerk- en gemeenschap zijn. Juist als kerk dienen wij een thuis te bieden voor mensen die verloren lopen geen thuis hebben, niet meer mee kunnen in deze snelle samenleving. Juist in deze samenleving waarin het individualisme hoogtij viert, je helemaal op jezelf wordt teruggeworpen en alles zelf maar moet uitzoeken, is er behoefte aan verbondenheid, aan gemeenschap, aan een plek waar je je thuis voelt. Wanneer we zo mensen kunnen opvissen uit hun eenzaamheid, uit hun ellende, uit hun verdriet, dan kan ons vangnet nog wel eens overvol worden, tot scheuren toe!

Beste mensen, 63 jaar na het vertrek van de tien jongens uit het Twentse Zenderen, vertrekken ook nu vele jongeren voor korte of langere tijd, om met hun idealen het leven van de medemensen wereldwijd een beetje beter te maken. In stages, in korte periodes proberen zij het leven van jongeren, vaak wonend in sloppenwijken nieuw perspectief te geven. Zoals we gisteren in de Tubantia konden lezen over het project van de jonge Enschedeër Derk Oosterhuis die in Zuid-Afrika een stroopwafelfabriek opzette om kansloze jongeren uit de sloppenwijken werk en toekomst te bieden. Zij gooien het net uit over een andere boeg dan de jonge seminaristen, en blijken met hun uitgeworpen netten nu mensen op te vissen, die weer nieuw perspectief, nieuwe eigenwaarde, nieuwe toekomst krijgen.

Gelukkig, ze zijn er nog net als vroeger, de jonge mensen met hun idealen, om over een andere boeg het Koninkrijk van God, dichterbij te brengen. Op hun wijze zeggen zij : Ja, hier ben ik, om vol enthousiasme hun levensroeping vorm te geven.
Durft u ook het net over een andere boeg uit te gooien? Durft onze kerk dat ook op een andere wijze te vissen?
Dan zal zij beloond worden met overvloedige oogst!.

Amen.

Ootmarsum, 10 februari 2019

Diaken Jan Kerkhof Jonkman