Jaren geleden kreeg ik deze kerkboekjes van iemand die ze niet wilde weggooien en hoopte dat ik er nog iets zinnigs mee kon doen: Een Handboek voor het Katholieke Meisje, de Katholieke Man en de Katholieke Vrouw en Moeder. Een kerkboek met daarin opgenomen allerlei regels, wetten en plichten waaraan een jonge katholiek moest voldoen om een deugdzaam leven te leiden. Ik denk dan verschillenden onder u deze kerkboeken nog wel kent, komend uit een periode waarin de kerk het kader aangaf waarin hun gelovigen moesten opgroeien en uitmaakte wat goed voor hen was of waar ze zich voor moesten behoeden, want de gevaren lagen in de wereld overal op de loer. Boeken die richtlijnen en regels bevatten zoals: hoe vul je de zondagsplicht in, wat mag je wel of niet op zondag doen, welke lectuur mag je wel lezen en welke niet. Welk meisje of jongen wel voor jou geschikt is om verkering mee te krijgen, wat er wel en niet geoorloofd is tijdens de verkeringstijd, het afraden van gemengde huwelijken, hoe je je hebt te gedragen tijdens de zwangerschap en hoe verderfelijk het wel niet was dat je zwanger raakte voor het huwelijk en je door de kerk niet meer mocht trouwen voor het hoofdaltaar, maar ’s morgens vroeg bij een zijaltaar. Vele ouderen hebben daar niet altijd prettige herinneringen aan. Het geheel aan regels en geboden bood in die tijd wel een veilig kader waarbinnen je je mocht bewegen, maar je werd genadeloos afgestraft als je je begaf buiten de kaders en het stimuleerde je niet om zelf na te denken over wat goed is en je eigen afweging te maken. De Kerk hield zo stevig haar greep op het openbare leven van haar gelovigen. Maar soms was het naleven van de regels belangrijker dan de intentie waarvoor ze ooit in het leven waren geroepen, n.l. hoe je in het leven van alle dag God en het leven het beste kon dienen.

Jezus ondervond datzelfde strenge kader van wetten en regels in zijn tijd. Wetten en regels uitgeschreven door de religieuze leiders, om zo ook het volk op de goede weg te houden van een vroom en deugdzaam leven. Met name de vrome Farizeeën letten er op of de mensen de strenge regels wel naleefden, zoals de spijs en reinheidswetten en de zondagsplicht. Zelf leerden ze het volk dat ze beter een uur voor aanvang van de sabbat met het onderhouden ervan kon beginnen, zodat je niet te laat was om de voorgeschreven regels van deze rust in acht te nemen. Zo breidden ze de oorspronkelijke regels steeds verder uit, verlegden de wet en maakten ze het de mensen steeds moeilijker. Er werd niet meer gekeken met het hart naar de wet, waarvoor ze in het leven geroepen waren, maar gebruikten ze als een meetsnoer met sancties als je er niet aan voldeed. Jezus laat ons vandaag zien dat we oog moeten hebben voor de intentie van de wet, dat ze niet bedoeld is om mensen kort te houden, het individuele leven van anderen te beheersen, maar om het leven goed te reguleren en voortgang te laten vinden. De wet is juist bedoeld om het leven te beschermen, om mensen die in de knel komen, juist te helpen. Hij verruimt juist de wet: zoals gij zult niet doden, hetgeen betekent dat wij een ander niet zullen doodzwijgen of doodkijken. Dodelijk kan het zijn dat je doet alsof een ander niet meer voor jou bestaat. Niet stelen betekent eigenlijk: bereid zijn te delen, beseffen dat iets niet helemaal voor jou alleen is. Niets is helemaal voor jou zolang anderen niets te eten hebben.

Jezus leert ons met ons hart naar de wet en de geboden te kijken en te zoeken naar de intentie waarmee ze in het leven zijn geroepen. De regels te overwegen, er met anderen over te praten wat het beste is en dan je eigen overweging maken hoe je het in jouw situatie dit het beste kunt invullen. En dat was ook oorspronkelijk de bedoeling van de Joodse Wet. Kijk hoe je in jouw situatie het leven kunt stimuleren, bevorderen en vervolmaken.
Dit strikt toepassen van de regels en kerkelijke wetten hebben wij inmiddels ook achter ons gelaten. Het definitieve woord van de Kerk, van bovenaf als een dogma afgekondigd, wordt minder vaak uitgesproken. Gelukkig denken mensen zelf ook na over keuzes die ze maken in het leven en voelt men zich niet meer afhankelijk van de raad, het advies en de voorschriften van de pastoor, de bisschop of de paus.

De tijd van vroeger kunnen we niet terugdraaien, de tijd is veranderd, de Handboeken voor de Katholieke Man, Vrouw en het meisje kunnen naar de vitrines van het kerkelijk museum, er zijn vele andere bronnen buiten de Kerk die ons helpen, ons levenskompas in de juiste richting te houden. We hebben geleerd om, in vrijheid en medeverantwoordelijkheid voor elkaar en de schepping, onze beslissingen te nemen. Ons spiegelend aan de tijdsgeest, met respect wat we vanuit het verleden meekregen. In gesprek met elkaar moeten we tot de waarheid van onze tijd komen. Soms een worsteling met pijn in ons hart, maar laten we hopen dat de Kerk ons vanuit haar rijkdom en Traditie, in vrijheid de gelegenheid schept samen het goede te kiezen in het leven.

Amen.

Noord Deurningen, 15 februari 2020.

Pastor Jan Kerkhof Jonkman