Vroeger kon ik heel goed bidden, zo schreef Nynke de Jong de afgelopen week in haar vaste column in de Tubantia. Met mijn ogen dicht bad ik met de dominee mee en probeerde zo te denken aan de zieke en verdrietige mensen. Maar gaandeweg ben ik zelf meer aan God gaan twijfelen, ik kon de vreselijke dingen die gebeuren in het leven, zo schrijft ze, niet aan het conto van God toeschrijven. Ik heb God afgeschreven en dat ging me goed af, totdat deze week het zoontje van vrienden een zware chemokuur moest ondergaan. De ouders van het 3 jarige jongetje vroegen mij elke dag om half twaalf even aan hem te denken, als steuntje in de rug voor de kuur die dat tengere lijfje moest ondergaan. Kon ik maar bidden, net als de ouders van het jongetje, of een kaarsje opsteken bij Maria en daar je zorgen en vragen neerleggen. Nu verdwenen haar gedachten en positieve krachten zomaar in het luchtledige. Ze miste het geloof, iets dat zo vanzelfsprekend was voor de generaties voor haar, het geloof dat je je onmacht en wanhoop bij iemand kon parkeren. Nu miste ze het geloof als een anker waar je je in roerige tijden aan vast kunt houden. Maar mocht er toch een Opperwezen met macht om te helpen, zo eindigde zij haar column, dan hoop ik dat die mijn schietgebedjes uit de lucht wil plukken.

God, het Opperwezen, lijkt bijna verdwenen te zijn uit het leven van de moderne mens. Wij hebben de wetenschap, de techniek, ja we zijn zo knap dat we zelf voor God, de Schepper zijn gaan spelen. We denken alles in de hand te hebben en dan komt er een klein virus, dat heel ons leven, heel onze samenleving en economie op de kop zet. Ineens lijkt onze toekomst onzeker, moeten we 1,5 meter uit elkaar, kunnen we niet meer zonder mondkapjes met het openbaar vervoer, niet zomaar op bezoek bij onze opa’s en oma’s, weten we niet of we onze baan nog wel houden. Onze vanzelfsprekende zekerheden lijken ineens te zijn weggevallen, we raken in een crisis, voelen ons verlaten.

Het lijkt wel op de tijdspanne waarin de leerlingen van Jezus zich bevinden, de tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren. Jezus, hun houvast, hun zekerheid waar ze heel hun leven en toekomst op hadden gevestigd is hun ontvallen, en hoe nu verder? Ze doen wat mensen doen wanneer ze zich in de steek gelaten voelen, want dan komt er een soort oerinstinct naar boven, om te kunnen overleven. Je kruipt bij elkaar, je gaat naar een plek waar je je veilig voelt, houdt elkaar vast, bidt samen, om het zo met elkaar proberen uit te houden.
Want je weet, het blijft niet zo, er komt ooit weer nieuwe levendigheid, een nieuwe geest.
Net zoals wij als kind ’s nachts tijdens het onweer door onze ouders uit bed werden gehaald, klompen aan, jas over de pyjama en dan allemaal op de knieën voor de stoel om de rozenkrans te bidden. Bij elke felle lichtflits en zware donderslag schrok en verstilde je even, maar je wist dat het een keer over ging. Je angst kon je een plek geven, er was Iemand ‘boven’ jou die over jou waakte en aan wie je je angst en twijfel kwijt kon. En wanneer die donderbui langzaam was weggetrokken voelde je je weer opgelucht.

Wat zou het toch voor veel mensen in onze samenleving, waarin God verdwenen lijkt, een zegen kunnen zijn wanneer je kunt bidden, wanneer je je zorgen, frustraties, pijn en onzekerheid in jouw leven ergens neer kunt leggen, het kunt verwoorden in een gebed. Niet dat daardoor de situatie meteen verandert, maar het kan jezelf en je medemens anders in het leven doen staan. Het kan je opluchten en vertrouwen geven wanneer je je diepste zorgen kunt delen met Iemand die er altijd is en onvoorwaardelijk van je houdt.
Bidden, niet alleen met gevouwen handen, maar ook met handen waarmee je een ander vasthoudt, beschermt, of aanreikt om te troosten. Handen die laten zien dat je iemand nabij wilt zijn, niet alleen wil laten wanneer er geen lieve familie of vrienden op bezoek mag komen. Bidden voor de ander met liefdevolle gebaren. Biddend de Geest van Jezus, de Geest van liefde, mededogen, vrede en solidariteit, in praktijk brengen, in het leven van alle dag.

Lieve mensen,
Wij zitten, net als de leerlingen van Jezus in een crisis, hoe gaat onze toekomst er uit zien, veel onzekerheden hangen boven ons hoofd, het wordt nooit meer zoals het was. Laten ook wij elkaar in deze tijd van verlatenheid en onzekerheid bemoedigen om het samen uit te kunnen houden. En als we kunnen, onze handen vouwen en bidden dat Gods Geest weer nieuwe levendigheid, nieuwe spirit, onze wereld inblaast.
Hou vol, want we weten dat Pinksteren vlugger komt dan je misschien denkt!

Amen.

Denekamp, 24 mei 2020

Pastor jan Kerkhof Jonkman