Het is maar goed dat de biecht is afgeschaft, hoor ik ouderen wel eens zeggen. Want waarom moesten wij vroeger van kinds af aan al biechten? Wat voor kwaad hadden wij eigenlijk gedaan? Zelf denk ik dat ik het liegen in de biechtstoel heb geleerd, want elke keer moesten we proberen een ander rijtje zonden op te zeggen, en dikwijls verzon je wat je eigenlijk helemaal niet had uitgevreten. Want wees nou eerlijk: wat voor kwaad hadden we als kind eigenlijk gedaan? Maar misschien zouden we ons een heel andere vraag moeten stellen, n.l.: wat doe ik voor goed? Of iets anders gezegd: waar bevorder ik het leven? Waar help ik mensen vooruit? En juist daarover gaar de Joodse Wet, waarover Jezus het vandaag heeft. Niet zozeer over de vraag wat niet mag, maar veel meer over wat je zou kunnen doen om mens te worden, wat je zou kunnen doen om het leven van anderen te bevorderen.

Wij leven, net als de Joodse mensen in Jezus’ tijd, met allerlei regels en voorschriften en wanneer wij ons niet aan de regels, aan de voorschriften, aan de Wet houden, dan volgen er sancties. En daarbij wordt vaak vergeten dat het bij de wet niet gaat om te controleren of ieder zich er wel aan houdt, maar dat zij bedoeld is om het leven van mensen te beschermen en te bevorderen, en niet om mensen in een strak keurslijf te dwingen van wat wel en wat niet geoorloofd is. Om het leven ordelijk te laten verlopen, om ieder mens zijn eigen waardigheid te garanderen, hebben we regels en wetten nodig. Daarvoor zijn ze ooit in het leven geroepen, om mensen te beschermen en het leven te bevorderen.

Als geen ander begreep dit het Joodse volk. Als geen ander wist zij dat de Wet niet het laatste woord was dat gesproken werd, maar dat de regels, de Wet je uitnodigde om zelf verder te denken, er met elkaar over te spreken hoe je de Wet kan toepassen in het dagelijks leven, hoe de wet ervoor kan zorgen dat je de menselijkheid blijft behouden. De Wet zou dan ook ruimte moeten bieden in bepaalde situaties, het zou niet het laatste woord moeten zijn, maar veeleer het eerste woord dat gegeven is. En vervolgens: kijk er eens naar, overweeg het eens bij jezelf. Kijk eens hoe je met elkaar een positief leven kunt opbouwen, met woorden als: Gij zult niet doden, gij zult geen overspel plegen, gij zult de naam van de Heer, uw God niet oneerbiedig gebruiken.

De Joden waren gewend om in hun synagogen daarover flink met elkaar in discussie te gaan, een traditie waarin Jezus mee gaat. Denk verder dan de letter van de Wet, denk bij gij zult niet doden niet alleen aan letterlijk doodslaan, maar ook b.v. aan iemand dood zwijgen, doen alsof iemand niet voor jou bestaat. Denk bij gij zult niet stelen niet alleen letterlijk aan het stelen van brood of andere goederen, maar besef dat wanneer iemand anders geen brood heeft, jij dat niet alleen voor jezelf kan houden. Als de ander niks heeft, heeft hij toch ook recht op leven? Zolang de ander niets heeft, kun je het niet exclusief voor jezelf houden. Doe wat meer dan je normaal van de ander zou verwachten, zo houdt jezus zijn gehoor voor, probeer iets extra ‘s te doen, onderscheid je van de heidenen, zo staat er. Wees niet zo enghartig en kleinzielig, sta niet meteen op jouw rechten, dien niet meteen een flinke schadeclaim in, wanneer een arts een fout heeft gemaakt, of de overheid een steek heeft laten vallen. Ga met elkaar in gesprek, probeer er samen op een goede manier uit te komen. En wanneer jou onrecht aangedaan is, keer dan ook je andere wang toe en probeer niet meteen met gelijke munt terug te betalen. Blijf de ander benaderen en zien als een mens, ook al is het jouw vijand, want God laat ook over hem de zon schijnen, Hij laat de regen neerdalen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Probeer een beetje ruimhartig te zijn zoals God zelf ruimhartig is, wees royaal met je goedheid en ga ruimhartig om met mensen van allerlei slag en kijk over je eigen grenzen heen.

Spreek niet meteen een definitief machtswoord, ook niet in de kerk: zo moet het en niet anders! Luister je niet, en hou je toch een Communieviering op zaterdag, wanneer er in hetzelfde weekend op zondag een Eucharistieviering is, dan sluit ik de kerkdeuren! Dreig niet met sancties, zwaai niet met een kort geding of ontslag van vrijwilligers, maar ga in gesprek met elkaar, probeer er samen uit te komen, denk er vooral aan dat niemand de absolute waarheid bezit. De traditie brengt goede dingen mee, maar we moeten er ook onze eigen levenservaringen naast leggen. Onze tijd is niet meer de tijd van vroeger, we kunnen niet meer terug. Laten we hopen dat ook in onze kerk het samen spreken en samen bouwen aan de toekomst weer op gang komt, om wille van de toekomst van de kerk, opdat zij een positieve bijdrage mag leveren aan een menswaardig samenleving, waarin elk mensenleven als heilig wordt beschouwd!

Amen.

Ootmarsum, 23 februari 2020
Pastor Jan Kerkhof Jonkman