Voor de aanstaande, dolle dagen,
wil ik uw speciale aandacht vragen.
Met woorden doorspekt met humor,
want we hebben geen zin in gemor.

Niet alleen in het zuiden,
Hoor je de carnavalsklokken luiden
Ook de klokken in de oude Nicolaastoren
Zijn al van verre te horen.

Dinkelland dompelt zich in carnavaleske sfeer,
En voelt zich een toffe peer.
Het Twentse doarp gaat uit z’n bol,
en danst zich dagenlang dol.

Spot en de zot vieren hier hoogtij,
en maakt menig carnavalshart blij.
Onze volkse hoogheden gaan nu regeren,
Getooid met steken vol kleurrijke veren.

De Droadneggel, Schuppendrieters en de Waterpönskes,
de Köttelpeer’n, Nachtuulkes, de Greune Köttelpeerkes,
en niet te vergeten Casanova met hun graaf,
zitten met het carnavals niet in hun maag.

Van hoog tot laag tonen zij hun creativiteit,
met sketches en buuts vol vrolijkheid.
Plaatselijke artiesten krijgen de zalen plat,
van dat spirituele vocht is er meer dan zat.

De prins, graaf, hertog, markies, jonker en hun adjudanten,
vervullen de vreugde van al hun klanten.
Bijgestaan door de wijze Raad van Elf,
in gezellige feestzalen, tot boven in ’t gewelf.

Prins Martin met zienen sik Harald van de Köttelpeern,
Ontpopt zich noe als nette bouwheer’n.
De troffel en de hamer hebt ze loaten vallen
En goat in ’n Doarp noe flink an ‘t knallen.

Ok Hertog Peter en sik Robert zint van de partiej,
de Nachtuulkes heurt d’r in Dennenkaamp ook biej.
Als lasser en chauffeur
Geft zij het Doarper feest nen eagen kleur.

Groot Hertog Jorno met Remco as metgezel
Trekt in Tilligte oarig an de bel.
Ok in dizze tied blieft zee an’t stiggl’n,
Want anders valt het carnaval in diggl’n.

Jonker Nick en sik Jelle van de Greunen,
Wilt wie hier ok met alle eer neumen.
Met oetbundige krullen en rossig hoar
Trekt zee bie de Greunen dit joar de koar.

Graaf Thijs , gravin en sik Jorit van Cassanova,
Spölt dit joar een trio op hun sofa.
Studie, fiets en singels goat an de kaant
Want zee bint in ’t jubileumjoar belaand.

Ook de prinsenkinderen op de scholen,
gaan deze dagen door de malle molen.
De klassen staan even op z’n kop,
want ze vieren het carnaval in een notendop.

Alexander, Willibrord, King en Veldkamp,
Belast de kinderen nu even niet met een tafelstamp.
Zevenster, kämpke, Esch en Maria,
Genieten nu even van een andere varia.

Straks schijnt de köttelpeerkesboom haar licht,
En doet de komende dagen haar carnavalsplicht.
Ze zet de dorpen in lichterlaaie
En laat de carnavalshits door haar kale takken waaien.

Drie dagen kent het Twenteland een feeststemming,
die ons bevrijdt van menig beklemming.
Aan de confetti, slingers en ballonnen,
zien wij dat het feest weer is begonnen.

Dorpsbewoners worden hun huizen uitgedreven,
om zich naar de optochten te begeven.
Kilometers lange spot, jool en pret,
Wordt door nijvere wagenbouwers neergezet.

Drommen mensen langs de kant van de straat,
glunderend, terwijl de stoet langzaam verder gaat.
Genietend van praalwagens groot en klein,
uitgedoste groepen en solo’s, o, zo fijn.

We dragen dan een vrolijk gezicht,
met of zonder masker, ’t is heus geen plicht.
Ons strakke gezicht even uit de plooi,
want het feest haalt ons uit de ijzeren kooi.

Drie dagen de zorgen laten varen,
om slechts de menselijke vreugde te vergaren.
En uitgedost in overal en boerenkiel
Verkrijgen we voedsel voor onze ziel.

Het is Dinkelland die ontwaakt,
uit een lange, diepe winterslaap.
Door een frisse beweging, vol kracht en kleur,
die ons onttrekt aan de dagelijkse sleur.

De torens van onze dorpskerken,
houden het volk vooralsnog binnen de perken.
Zij herinneren ons aan de menselijke maat,
en waarschuwen voor onbetamelijke overdaad.

Ze verwijzen naar een hogere waarde,
die ver uitstijgt boven ons bestaan op aarde.
Het is de hemel die over ons waakt,
en tegelijk elk buitensporig gedrag laakt.

Maar deze dagen gunt zij ons plezier en vertier,
want vreugde is niet alleen daar, maar ook hier.
Even geen scores en ander gedoe,
want we zijn wel aan een glaasje toe.

Zet een ander masker op en maak lol,
en speel een heel andere rol.
Verstop je achter je dagelijks gezicht,
want het maakt je leven even licht.

Want maar al te vaak moet je jezelf beschermen,
Doen alsof je lacht,…. maar eigenlijk moet je kermen.
Het is heerlijk jezelf te kunnen zijn,
niets te hoeven verbergen, dat is pas fijn!

Vanavond, met al dat feestgeruis,
hebt u zich verzameld in Gods Huis.
Voor een moment van bidden en bezinnen,
en ons hart te openen voor Hem, die ons wil beminnen.

Hij heeft weet van alles in ons hart,
en gunt ons steeds een nieuwe start.
Bij Hem hoef je geen masker te dragen,
je mag je tot Hem wenden, met al jouw klagen

Ooit zond Hij ons Zijn Zoon,
en ontvingen wij Zijn liefde als eerbetoon.
Voor altijd werd de aardse zonde doorbroken,
met het Hemels Liefdesvuur dat was ontstoken.

Laat uw aardse plezier niet bederven,
door de hemel onnodig te tergen.
God kent uw ziel door en door,
en heeft het goede met u voor.

Beseft dat het leven meer is dan plezier,
en uw levensbeker niet alleen gevuld is met bier.
Elk mensenleven is vergankelijk en kwetsbaar,
Mensen, dat worden we allen eens gewaar.

Wanneer straks de klanken van de Boerenkapel zijn verdwenen,
en u voelt de blaren op uw tong en onder uw tenen.
Roepen de klokken u uit huis en haard,
naar kerk en kapel, waar uw feestgevoel wordt bedaard.

Berg het masker weer op in de kast,
en zet het gezicht op dat u past.
Toon uw ware aard en gevoel,
en zet u in voor het goede doel.

Gelovigen, beseft toch telkens weer,
dat je niet kunt leven zonder ommekeer.
Maak je hart los van tomeloos verlangen,
En zet je in voor andermans belangen.

Vreest niet de veertig dagen in de woestijn,
want de Heer zal met je zijn.
Gelouterd zult u weer verrijzen,
wanneer de paasklokken u het bed uit hijsen.

Gelovigen, houdt deze dagen de juiste maat,
opdat u straks goed de vastentijd in gaat.
Roept gerust drie keer Alaaf,
maar houdt uw ziel en lichaam, vooral toch gaaf.

Gesproken naar eer en geweten,
respecterend Wet en Profeten.
Door uw herder in voor- en tegenspoed,
hij die u wenst: vrede en alle goeds.

Denekamp 23 februari 2019,

Pastor Jan Kerkhof Jonkman