Soms hoor ik wel eens dat mensen, wier partner is overleden, hun overleden man of vrouw terugzien in hun dromen. Of zoals een weduwe mij eens vertelde, dat zij de nabijheid van haar man voelde in een plotselinge zachte, warme bries, toen zij op een avond buiten zat. Zelf maakte ik ooit mee toen ik het kind van een achternichtje doopte, dat ik mijn jong gestorven nicht, zag oplichten in haar dochter. Ze had hetzelfde gezicht, dezelfde stem, dezelfde glimlach, straalde dezelfde warmte uit. Ondanks het pijnlijk gemis van haar afwezigheid bij de doop van haar kleinkind, zag ik mijn nicht oplichten in haar dochter.
In haar kwam zij opnieuw tot leven zag ik haar voor de geest, en was zij er bij de doop helemaal bij, ondanks dat we allen de pijn voelden van de levenswonden van haar veel te vroeg overlijden. Voor ons was zij er helemaal bij, ook al konden we haar fysiek niet zien. Een verrijzeniservaring waarbij je gelooft dat iets goeds bij God nooit verloren gaat. Een ervaring met de worsteling van wat je ziet met je ogen en je verstand enerzijds en het zien en ervaren met jouw hart anderzijds. Want het hart is de symbolische plek van de ontmoeting met de ander, de ontmoeting met God. Zo stond mijn nicht weer op in mijn hart, zag ik haar oplichten in haar dochter als een levende werkelijkheid, doordat we de pijn en wonden van haar te vroege overlijden aanraakten.

Zou zich dat ook niet afspelen in het Evangelieverhaal van de verschijning van Jezus aan zijn leerlingen door de gesloten deuren? Met hun verstand weten ze dat Jezus gestorven is. Er is een en al teleurstelling omdat hun droom om, samen met hem een nieuwe samenleving op te bouwen, ineens afgelopen is door de dood van hun grote inspirator. Voor Hem hadden ze alles opgegeven en sluiten ze zich op achter gesloten deuren. Terwijl ze bang en teleurgesteld hun opgelopen levenswonden toedekken, zien ze opeens een geest. Ze schrikken zich rot, zonder aankondiging staat Jezus in hun midden. “Schrik maar niet, zegt Jezus, Ik ben het echt, voel maar in mijn wonden!”
Dan blijkt Jezus ook na zijn dood een Levende, die je kunt aanraken in zijn wonden. Zoals de evangelist ons wil zeggen: “Voel maar de wonden van de mensheid, van elk mens naast je, in elke levende kun je Hem ontmoeten.” In de lach die je krijgt van een vreemde, in een helpende hand wanneer je in nood zit, in de troostende arm om je schouder wanneer je verdriet hebt. Geloven in de Verrijzenis is geen spektakel waarbij een dode door een super reanimatie plotseling weer opstaat en levend wordt. Nee het is iets dat plaats vindt in je hart. Onze dierbare overledene staat op in ons hart, we herkennen hem of haar in onze medemens, we zien dat het goede waar Hij of zij voor stond, niet verloren gaat, dat God ervoor zorgt dat wij na onze dood ook een levende werkelijkheid blijven. Datzelfde hebben de apostelen ook ervaren, toen twee van hen opliepen met een vreemdeling, waarin ze even later Jezus zagen oplichten, toen Hij met hen het brood aan tafel brak en deelde. Pas achteraf drong het tot hen door, verrek, Jezus was in die vreemde onder ons. Het begrip, het verstand komt pas later, achteraf.

Maar bij ons staat het verstand vaak op de eerste plaats, want wij willen alles beheersen, kunnen regelen, denken daarmee het leven ons zelf onder controle te hebben. Maar daarin schieten we door, zoals de coronacrisis ons heeft laten zien hoe een onzichtbaar virus het totale openbare leven verlamt en vele mensenlevens kost. We ervaren ook bij de vaccinatie dat we eigenlijk niks in de hand hebben, dat we leven van genade, dat we niet kunnen leven zonder levenswonden en littekens die we opgelopen hebben. Velen hebben daarom de deur van hun hart gesloten en teleurgesteld in het leven, hun geloof en kerk vaarwel gezegd.
Hoe kan ik nog geloven met zoveel onrecht in de wereld, misbruik, armoede en ellende die dagelijks in de media aan ons voorbij trekt. Velen hebben de deur van het geloof dichtgeslagen. Maar het evangelie van vandaag leert ons dat we die pijn die we hebben opgelopen niet buiten de deur, buiten ons hart moeten houden, niet moeten toedekken. Maar juist door die aan te raken, kan er weer nieuw leven, nieuwe toekomst komen, kan je weer verder met de littekens van de oude wonden. Raak ze aan, geef die mens te eten, zoals de leerlingen deden. Dan staan we midden in de realiteit van het leven. Dan wordt geloven zoals het moet zijn, geloven met je hart, dan zie je de ander, die dood was voor jou, opstaan in jouw hart. Geloven in de verrijzenis is leren geloven dat Jezus opstaat in ons hart. Dat hebben de leerlingen ervaren toen ze Jezus ’wonden aanraakten.

Heb ik, hebben de mensen die hun partner zagen in hun dromen, hebben de apostelen dan een geest een spook gezien toen ze Jezus in hun midden zagen? Nee, ook al is het niet met een selfie, foto of film, vast te leggen en te bewijzen. Het is een werkelijkheid die niet met je verstand is te vatten, maar een werkelijkheid die je ziet en voelt met de ogen van je hart. Het is geloven met je hart, waarin doden weer tot leven komen en voortleven. Geloven met je hart is de regie over jouw eigen leven los laten en vertrouwen op God, je leven door hem laten leiden en zo ontdekken dat Hij je niet in de steek laat en jou niet verloren laat in de dood, maar nieuw leven schenkt in een nieuwe werkelijkheid. Geloven met het hart is geloven en vertrouwen door de opgelopen pijn en wonden van je leven heen, in een nieuwe toekomst, in nieuw leven.

Amen.

Lattrop, De Lutte, 17 en 18 april 2021,

Pastor Jan Kerkhof Jonkman