De afgelopen week was er in ons land nogal wat reuring in de media rond de Nashville-verklaring die vanuit de orthodox=protestantse hoek werd verspreid over Nederland.
In deze verklaring werd in niet mis te verstane woorden verklaard dat homoseksuelen, lesbiennes en transgenders niet leven volgens der richtlijnen die God ons heeft gegeven. Ze leven in zonde, wanneer zij hun lichamelijke liefde geven in een relatie van twee mensen van hetzelfde geslacht. Seksuele handelingen dienen uitsluitend plaats te vinden in een huwelijk tussen man en vrouw wen gericht te zijn op de voortplanting. Alles wat daarbuiten valt is zonde en onrein. Deze groep protestanten neemt de woorden uit de Bijbel letterlijk, terwijl veel exegeten ons vertellen dat we de Bijbelverhalen moeten lezen vanuit hun context en de tijd en cultuur waarin ze geschreven zijn. Inmiddels is door, je mag wel zeggen, voortschrijdend inzicht in onze samenleving en cultuur, een nieuwe visie ontstaan op de gevoelens van mensen die zich aangetrokken voelen tot iemand van hetzelfde geslacht. Velen ervaren het nu als een creatieve schepping van God, en kunnen het moeilijk zien als een weeffoutje in Gods kleurrijke schepping. In mijn pastoraat heb ik velen begeleid in hun worsteling op zoek naar hun identiteit, wie ben ik en mag ik wel zo zijn, ben ik wel oké wanneer ik deze gevoelens heb? Van dichtbij heb ik meegemaakt hoeveel pijn dit nieuwe geboorteproces met zich meebrengt, jonge mensen die het gevoel krijgen zichzelf niet te mogen zijn, op weg naar de acceptatie van hun diepste zijn. Wat zou het toch een zegen voor hen kunnen zijn, dat er voor hen ook de hemel even open zou gaan en een stem hen zou bevestigen in hun identiteit, in hun bestaansrecht: Dit is mijn welbeminde zoon/dochter, in wie Ik welbehagen heb! In plaats daarvan kregen deze mensen uit de LBTH=groep een koude douche vanuit de ultrarechts Protestantse hoek over zich heen. Ik ben deze week aangesproken door mensen uit deze doelgroep die erg geraakt werden door deze verklaring, zelfs door een hoogbejaarde moeder van een homoseksuele zoon, die zich diep gekwetst voelde. Dat het leven van haar prachtige, kostbare zoon zomaar werd weggezet als zonde ne onrein. Dat hij niet bevestigd mocht worden in zijn levensroeping in zijn diepste identiteit, wie hij was en wat hij wilde zijn.

En hiermee komen we ook bij de kern van het thema in de Schriftlezingen van vandaag. Wie ben ik, wat is mijn levensroeping. Zo wordt ons in de lezingen van Jesaja en Lucas duidelijk gemaakt wie Jezus is, wat zijn levensroeping is. Jesaja schetst hem als de Dienaar van de Heer, die de kwijnende vlas pit zal doven en het geknakte riet niet zal breken, de dienaar die in waarheid de gerechtigheid zal laten stralen en op aarde zal laten zegevieren. In het Evangelie van Lucas wordt Jezus door een Goddelijke stem “Jij bent de man naar mijn hart” bevestigd in zijn levensroeping tijdens de doop door Johannes in de Jordaan. Hij treedt daarmee in de voetsporen van de mensen in zijn tijd, die zich afkeerden van het oude leven waarin de mensen nieuwe wegen zoeken, weg uit het onrecht, uit de onderdrukking, weg van de oude tempelliturgie die volgens hen weinig meer te maken had met de oorspronkelijke Joodse religie. Zij lieten zich door Johannes dopen om opnieuw te gaan leven in overeenstemming met het door God gewenste leven, een leven waarin solidariteit, liefde, vrede en gerechtigheid het fundament is. Zo ging ook Jezus door het water van de doop heen naar een fris en nieuw leven, een leven overeenkomstig Gods bedoeling met mens en wereld. Jezus, de man naar Gods hart!
Hoe staat het met ons? Wie zijn van Jezus van Nazareth? Zijn wij ons er ook van bewust dat we bij de doop beloofd hebben in de voetsporen te willen treden leven van Jezus van Nazareth? Durven wij onze christelijke identiteit ook te laten zien in het leven van alledag? Durven wij nog wel vertellen op verjaardagen en feestjes dat we zondags naar de kerk gaan? En hoe doen de jonge ouders van de dopelingen het? Durven zij hun kinderen te vertellen over Jezus en durven zij hen vertrouwd te maken met het kerkelijk leven als gedoopte? Worden de kinderen vertrouwd gemaakt met de waarden en normen die erbij horen? Of schamen wij ons ervoor, durven wij er in het openbaar niet voor uit te komen dat wij katholiek zijn? Als gedoopte is ook over ons de hemel open gegaan en is ook over ons de Heilige Geest neergedaald. Geven wij die Geest ook de ruimte in onze contacten met onze kwetsbare medemensen zodat zij ook het gevoel krijgen dat zij door de hemel bemind worden en gewenst zijn? Juist daar waar de gewone mensen de deuren sluiten, zouden wij ze moeten openen, om hen het gevoel te geven: jij mag er zijn, jij mag jezelf zijn en je bij ons thuis voelen!
Moge dat onze identiteit als gedoopte zijn: bevrijding brengen voor degenen die zich gekwetst, geknakt en gevangen voelen, opdat elke mens telt, opdat ieder mens mag voelen dat hij/zij erbij hoort en toe doet!

Amen.

Ootmarsum, 13 januari 2019,

Pastor Jan kerkhof Jonkman