Altijd word ik diep geraakt door een verhaal waarin jonge mensen na een lange worsteling het leven opgeven en ervoor kiezen om van het leven afscheid te nemen. Vaak zijn het mensen met gaven en talenten, met een beloftevolle toekomst in het vooruitzicht, maar die het op de één of andere manier niet redden. Zoals het levensverhaal afgelopen vrijdag in de Tubantia van de 24 jarige Kirsten Oude Lenferink. Ze was opgegroeid in Diepenheim en legde zich onderzoekster toe op het onderzoek naar biologische bestrijdingsmiddelen. Een jonge vrouw met een bijzondere missie die de wereld beter wilde maken. Maar diep van binnen voelde zij zware innerlijke strijd, een eenzame strijd, waardoor zij langzaam haar levenskracht, haar ambitie verloor en geen weg terug kon vinden naar het leven, ze had het geloof en de hoop in het leven verloren. Ze vulde haar zakken vol met zand en liep ze bij Kijkduin de branding in en verdronk.
Een jongvolwassen vrouw die haar leven als een doods bestaan moet hebben ervaren en geen hoop en geloof meer had in het leven. Zo zijn er in onze samenleving veel mensen die verkeren in een crisissituatie, mensen die het contact met het leven, met de samenleving zijn verloren, die het niet meer redden, misschien wel omdat de samenleving te hoge eisen aan hen stelt. Want er wordt wat van je verwacht, tegenwoordig en de druk van de Social Media is groot. Ze zijn dan als het ware levend dood, terwijl het volle leven nog op hen wacht!Zo worden we vandaag in het Evangelie geconfronteerd met twee vrouwen die zich ook als het ware levend dood voelen. Een volwassen vrouw en een vrouw op de rand van haar volwassenheid. Een meisje van twaalf, bij wie de bloedvloeiingen een aanvang nemen en een rijpe vrouw bij wie de bloedvloeiingen al twaalf jaar geen einde vindt. Beide vrouwen gaan gebukt onder vrouwelijke machteloosheid. De één lijdt eraan omdat ze onrein is en wordt verbannen uit het land van de begeerte, de ander is doodsbang het te betreden.
Het betekent nogal wat in die tijd, in die cultuur wanneer je aan bloedvloeiingen leed. Je was dan onrein en werd geheel uit het sociale leven verbannen, je was dood voor de samenleving. Het leven vloeide letterlijk uit haar weg, maar ook haar geld stroomde weg, want geen geneesheer kon haar helpen, niemand kwam op het spoor van waaruit ze eigenlijk bloedt. Maar het gaat in dit verhaal niet alleen over letterlijke, lichamelijke bloedvloeiingen, het gaat niet alleen over deze vrouw, maar het gaat over ons allemaal, over u en mij. Wij lijden allen soms aan bloedvloeiingen, uit ons stroomt ook het leven weg. En dan komt Jezus langs, de man die zegt dat God van ieder mens houdt, en niet discrimineert omdat je ziek, onrein of gehandicapt bent. Bij God hoef je je niet schuldig te voelen, Hij zegt: Ik hou van jou, jij bent niet onrein, maar Ik zeg: je bent rein! Op die God heeft zij haar hoop gesteld, in die man die dat zegt, heeft zij een groot vertrouwen. Van hem gaat een kracht uit, een levensstroom, die je levenswonden wel moet genezen, een levensstroom die in staat is het contact met het leven en de samenleving weer te herstellen en je weer vertrouwen geeft in het leven en de toekomst. Aangeraakt worden door zo’n man, ja dat is de droom van vele mensen die op dit moment worstelen met de zin van hun leven, hun ziekte, hun hopeloosheid. Wat zou Kirsten uit Diepenheim niet hebben gehoopt op de aanraking van zo’n man, aanraking door zo’n positieve levensstroom!

Een wonder? Ja, soms kan één aanraking, één handdruk je leven veranderen. Soms kan één blik een nieuwe wereld voor je doen opengaan. Door een simpele aanraking kom je weer in contact met het leven, kom je uit jouw isolement.

Zo is er ook die andere vrouw, de dochter van de overste van de Synagoge, je zou kunnen zeggen de dochter van een predikant of diaken, een meisje dat leeft in een glazen huis, die een meisje die niet zichzelf kan zijn. Want alles wat ze doet of zegt heeft invloed op de positie van de vader. De zorg van zijn vader voor zijn positie, maakt haar onvrij, verhindert haar volwassen te worden. Zij wordt ziek en kwijnt weg. Maar Jaïrus wil niet dat zijn dochter sterft en roept de hulp van Jezus in. Het enige wat Jezus kan zeggen is: wees niet bang, heb vertrouwen, laat haar los, hou jouw verstikkende hand niet boven haar hoofd. Door jouw beschermende hand kan zij geen stap verzetten, omdat ze als de dood is voor het leven. Jezus neemt het meisje bij de hand, Hij legt zijn hand niet verstikkend op haar neer maar Hij richt met zijn hand haar weer op, alsof Hij wil zeggen: sta maar op, het is de hoogste tijd dat je leert je op eigen benen te staan.

God heeft ons niet voor de dood gemaakt, zo zegt de Eerste Lezing, maar Hij heeft de mensen geschapen opdat ze elkaar zouden aanraken waardoor er vreugde en bevrijding ontstaat. We moeten dus aangeraakt willen worden door elkaar, maar ook door hem die we God noemen.
Mogen ook wij elkaar aanraken en met de levensstroom die God door ons laat stromen, om anderen uit hun isolement halen, te bevrijden, weer doen opstaan en weer vertrouwen leren geven in het leven!
Amen.

Ootmarsum
Gerardus Majella Denekamp
1 juli 2018

Pastor Jan Kerkhof Jonkman