Na de Mariamaand mei staat juni in de Kerk bekend als de Heilig-Hartmaand. Deze traditie stamt uit de 17de eeuw. De Franse religieuze Margaretha Maria Alacoque zag in een visioen Christus met een bloedend hart. Dat werd uitgelegd als een symbool voor het verdriet van Christus om de vele mensen die zijn liefde afwezen. Op initiatief van Margaretha kwam er een speciale dag om het Heilig Hart van Jezus te vereren: de vrijdag na het octaaf van Sacramentsdag ofwel de derde vrijdag na Pinksteren. In 1672 werd het feest van het Heilig Hart van Jezus voor het eerst in Frankrijk gevierd. In 1765 werd het door Rome erkend en in 1856 als feestdag voor de hele Kerk voorgeschreven. Omdat de derde vrijdag na Pinksteren bijna altijd in juni valt, groeide langzaam ook het gebruik om die hele maand als Heilig-Hartmaand te beschouwen. Eind 19de eeuw kwam daar het gebruik bij om Heilig Hartbeelden te plaatsen: in de openbare ruimte en in veel huiskamers.