Wanneer we een dierbare moeten loslaten dan blijft er nog veel achter dat ons aan hem of haar herinnert. Dat kunnen materiële dingen zijn, zoals een mooie sierraden die moeder of oma heeft gedragen, een mooi horloge van vader, maar het kunnen ook herinneringen zijn van trouw, liefde en de kostbare geborgenheid die zij jou hebben gegeven.

Zo herinner ik mij dat ik graag één herinnering van mijn vader wilde hebben, n.l. zijn bijna versleten rozenkrans, het gebedssnoer dat hij heel zijn leven mee heeft gedragen, de gebedskralen die dagelijks door zijn ruwe handen gleden, wanneer hij zijn leven aan God toevertrouwde en bad voor zijn dierbaren. Het was voor mij een symbool van zijn leven en geloof, dat hij zich ervan bewust was dat hij leefde op Gods adem en dat hij als christen niet louter leefde voor zichzelf of voor eigen gewin, maar zich verbonden en medeverantwoordelijk voelde voor de gemeenschap waarin hij leefde. Op zijn manier liet hij sporen achter waarin je God ’s zorg en bekommernis om mensen voelde meetrillen. Zo zijn er velen voor ons geweest die vanuit hun leven en geloof, zo goed en zo kwaad mogelijk geprobeerd hebben om goede sporen achter te laten, sporen die ons niet alleen herinneren aan hun leven, maar waarin we ook God ’s liefde voor ons mogen ervaren. Het zijn de kleine heiligen, die ons iets van God ’s Licht, warmte en solidariteit hebben doorgegeven.

Heiligen, nee dat zijn geen perfecte en volmaakte mensen, dat waren de grote heiligen uit onze kerkgeschiedenis ook niet, maar met hun tekortkomingen en beperkingen zijn ze wel trouw gebleven aan hun geloof en hebben dit in hun leven vorm gegeven. Zo hebben zij voetsporen van God achtergelaten op deze wereld.

Maar niet alleen zij, ook wij allen hebben de opdracht voetsporen van God neer te zetten in deze wereld, een wereld waarin God lijkt te verdwijnen en de mens zichzelf bijna tot Schepper en God heeft verheven. De mens die zich onaantastbaar en hoog verheven voelde, totdat een half jaar geleden een onzichtbaar virus ons weer met beide benen op de grond zette. Een virus dat ons leven op de kop zette en het sociale leven ontwrichtte. Een virus dat ons angstig en onzeker maakt, het kan ook ons leven zomaar bedreigen.

En wanneer je de kranten leest met alle ellende in de wereld, de grote vluchtelingestromen, de protesten, demonstraties en het onthoofden van onschuldige mensen, dan kun je je afvragen of God nog wel leeft in deze wereld, of hij nog de kans krijgt om in onze harten door te dringen, ons kan inspireren tot goede daden. We leven in een wereld waarin mensen sterker geloven in zichzelf dan in God.

Niet alleen nu, maar heel de mensengeschiedenis door zijn er rampen geweest en altijd kwam er weer die veerkracht vanuit de puinhopen omhoog om weer verder te gaan, het opnieuw te proberen, opnieuw een samenleving op te bouwen waarin naastenliefde, vrede en solidariteit het cement waren. Grote mannen en vrouwen uit de mensengeschiedenis zijn ons daartoe tot voorbeeld, Franciscus van Assisië, moeder Teresa van Calcutta, Martin Luther King, Alfons Ariëns, paus Johannes de 23e, en niet te vergeten onze paus Franciscus, die onvermoeibaar verder trekt in het voetspoor van Jezus van Nazareth en tot een moreel en ethisch appel oproept wanneer machthebbers, bedrijven en politici de wereldvrede bedreigen en het menselijk leven tekort doen.

Wij volgen hen in hun voetsporen om ook nu God aan het licht te brengen in de wereld die zichzelf verduisterd heeft. Het werk is nog niet af, onze dierbare overledenen kregen ook vaak hun levenswerk niet af, maar zij hebben ons wel iets achtergelaten waarop wij verder

kunnen gaan. Hun DNA is met het onze verweven. Hun identiteit is nauw verweven met het onze, ook al is de wereld veranderd. Zij leefden in love met God. Daarom gaat hun leven niet verloren en blijven ze voortleven. Zij blijven voortleven in de grote Liefde die hen de levensadem heeft ingeblazen, zij blijven voortleven in onze harten en herinneringen die wij heel ons leven meedragen. De mensen van voorbij, we herdenken ze vandaag, de grote en kleine heiligen, Allerheiligen en Allerzielen, omdat ze voortleven in ons en ons helpen ook zelf voetstappen van God op deze aarde neer te zetten. De mensen van voorbij, ze verblijven in God, maar zijn ook bij ons, we kunnen en willen ze niet vergeten, daarom noemen wij vandaag hun namen.

Amen.

Ootmarsum, 1 november 2020,

Allerheiligen/Allerzielen

Pastor J. Kerkhof Jonkman