Op een woensdagvond werd ik gebeld voor een Ziekenzegen in een Woonzorgcentrum in de buurt. Nauwelijks was ik buiten mijn dorp of er kwam een telefoontje van een verzorgende dat de leiding van de Zorggroep had besloten dat er geen Ziekenzalving of Ziekenzegening meer mocht plaatsvinden vanwege de beperkende coronamaatregelen. Zij vond het wel belangrijk voor degene waarvoor ik was geroepen en wilde dit toch nog even terugkoppelen met haar leidinggevende. Ondertussen zette ik mijn auto op een parkeerplek en wachtte op het verlossende telefoontje. Dat kwam na een kwartier, met de mededeling dat ik toch mocht komen.

Bij de ingang werd ik opgewacht door de verzorgende die me begeleidde naar de hal van het appartement, waar ze mij in beschermende kleding hielp, schort, handschoenen, mondkapje, en een bril over mijn bril. Uitgedost als een soort maanmannetje, zoals u ze dagelijks ziet in de I.C. ‘s op de t.v., ging ik het appartement binnen waar ik een broos echtpaar aantrof van rond de negentig met hun twee dochters. Een onwerkelijke toestand in een situatie waarbij je als pastor graag je nabijheid wilt tonen, maar zoveel mogelijk afstand moet bewaren en ook nog eens totaal onherkenbaar bent voor de familie. Ik voelde de warmte van de beschermende kleding, de kortademigheid door het praten, een vervormde stem die niet de vrije ruimte in mocht, een afwisselend zicht omdat mijn bril steeds besloeg, maar samen probeerden we nabij te zijn, te bidden voor moeder en haar de handen op te leggen en te zegenen, ook al was dat met behulp van een handschoen. Toen ik na mijn handoplegging ook haar hoogbejaarde echtgenoot en de dochters uitnodigde moeder, die niet meer aanspreekbaar was, de handen op te leggen en wellicht nog iets tegen haar te zeggen, vond er een bijzonder en ontroerend moment plaats toen haar echtgenoot, staande aan het sterfbed, spontaan een prachtig Gebed uitsprak, als een geloofsbelijdenis van hun liefde. Het ontroerde mij zeer, een kippenvelmoment in een situatie waarin afstand en nabijheid met elkaar in conflict waren, en er spontaan een liefdesverklaring werd uitgesproken in de vorm van een gebed.

Een moment waarop je voelde dat een andere werkelijkheid aan het licht kwam, alsof God, de Eeuwige, door de woorden van de echtgenoot sprak en zei: Ik hou van jou, ik laat je nooit los. Door de alledaagse werkelijkheid met alle beperkingen brak ineens een diepere werkelijkheid door.
Deze bijzondere ervaring rijker, na afscheid te hebben genomen van de familie, ontdeed ik mij van mijn beschermende middelen en reed voldaan naar huis. Enkele uren later heeft God haar levensziel opgevangen om haar voor altijd te bewaren en te koesteren in Zijn Eeuwigheid.

Een dankbare pastor Jan Kerkhof Jonkman