Lieve mensen, ik ben best nieuwsgiering hoeveel van u hier, aanwezig, nog werken in de landbouw? Zou u uw hand misschien kunnen opsteken? Het is nog maar een klein percentage dat nog werkzaam is in de agrarische bedrijfssector. Ik merk dat wanneer ik door mijn geboortekern Volthe, aan de andere kant van het Singraven, fiets, en ontdek dat in mijn jeugd er iedereen leefde van het boerenbedrijf. Nu zijn er hier en daar nog maar enkelen overgebleven. Daarmee is ook het beeld van een agrarische samenleving en hun innige verbondenheid met de seizoenen, in deze buurtschap drastisch veranderd. Dat zal hier in Denekamp niet anders zijn. Zag ik dertig jaar geleden de boeren nog in overall en klompen met hun trekker naar de Boerenleenbank of de Melkfabriek komen, inmiddels is dat beeld uit onze dorpen verdwenen en zie je in de herfst alleen nog maar een verdwaalde trekker met een wagen volgeladen met geoogste maïs door het dorp rijden.
Iets wat vanzelfsprekend was in onze jeugd , ligt nu ver achter ons. Toch blijft de land- en tuinbouw voor onze samenleving en economie van groot belang. Onze boeren staan aan het begin van onze voedselkringloop, zij ploegen, bemesten, zaaien, maaien en oogsten, zij dragen zorg voor de melk- en vleesproductie, zij zorgen voor verse groente en fruit in onze supermarkten, iets dat wij geheel vanzelfsprekend lijken te vinden.

Maar is dat wel zo vanzelfsprekend? Zijn we wel dankbaar voor datgene wat onze boeren en boerinnen met hard werken op hun erven oogsten? Zijn wij wel bereid om ze daarvoor een eerlijke prijs te geven? Nee, deze week konden we met eigen ogen zien hoe onze boeren worden weggezet als de vervuilers van ons milieu, als mensen die slecht omgaan met hun dieren, die ze onvoldoende ruimte zouden geven. We konden horen hoe zij gedwongen werden tot schaalvergroting om toch maar de een redelijk inkomen te verwerven, hoe zij tot slaaf gemaakt zijn van het marktsysteem en gedwongen worden steeds meer te investeren in allerlei milieumaatregelen, terwijl daar niets tegenover staat. Nee, het oude beeld van het mooie leven op het platteland, waar het leven goed was, is verleden tijd. Ze zijn gedwongen tot schaalvergroting en het leveren van zoveel mogelijk en zo goedkoop mogelijke productie.

Door de technische ontwikkelingen en, de automatisering, waarin we proberen zelf alles in de hand te willen hebben, beseffen we ons nauwelijks nog dat we te maken hebben met Gods scheppingswerk. Dat Hij de kiem en groeikracht in onze aarde, in onze schepping, in mens en natuur heeft gelegd. Uiteindelijk komen de basisvoorwaarden voor een goede oogst uit zijn hand: n.l. de groeikracht die Hij in de natuur heeft gelegd en de liefdevolle werkkracht die hij in het hart en het lichaam van de boer en boerin heeft gelegd.

De belangrijkste dingen in dit proces zijn dan ook gratis, zoals alle belangrijke dingen in het leven gratis zijn. Het leven dat komt uit de schoot van een moeder, de ouders die vanzelfsprekend voor je zorgen, de zon en de vriendschap, een plaats aan tafel, een hartelijke omhelzing. Het lachen van een kind, het licht van een lentemorgen in het mooie Twenteland, het kabbelen van een beek, de golven van de zee, het ritme van de dag en de nacht, de rust en de stilte, de zevende dag, de zondag, waarop je weer op adem mag komen, en beseft dat je op Gods adem leeft en mens mag zijn op aarde. De belangrijkste dingen zijn gratis, zoals het kloppen van je hart, in mijn geval 87.000 keer per dag, zomaar, gratis! Zo mag ik elke dag 20.000 keer ademhalen voor 137 kubieke meter lucht die ik nodig heb.

Vanzelfsprekend, we staan er niet bij stil, maar zijn we er wel dankbaar voor?
Dankbaar moeten de mensen met de hongerige maag in het Evangelie zijn geweest toen zij dat jongetje zagen die spontaan datgene aanbood wat hij nog aan voedselvoorraad bij zich had. Een jongen die had geleerd om te delen en daarmee werd het wonder voltrokken dat wij kennen als de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Delen van het weinige dat we zelf misschien hebben, geeft weer leven. Door te delen komt er weer toekomst, nieuw perspectief. Zou zo’n houding ook geen nieuw perspectief bieden aan de grote verschillen in onze wereld tussen arm en rijk en voor veel mensen nieuw levensperspectief kunnen bieden? Zou dat ons zelf ook niet tot meer dankbaarheid stemmen, nu wij alles wat we hebben zo vanzelfsprekend vinden? Hoe rijker we zijn, hoe moeilijker we kunnen delen en dankbaar kunnen zijn? Hoe rijker we zijn hoe meer we denken dat we God niet nodig hebben.

Dankbaarheid is blijkbaar een schaars goed in onze tijd waarin alles vanzelfsprekend voor handen is. Dankbaarheid moeten wij dan ook niet op de eerste plaats doen op één zondag in het jaar, op oogstdankdankdag, maar moet als een rode draad door ons dagelijks leven lopen. Dan beseffen we dat het leven en de oogst een geschenk is. En daar moet je vroeg mee beginnen, in het gezin waar de ouders het kind leert om dank te zeggen. Dank voor datgene wat er dagelijks op tafel staat, en deze dank uitzeggen in het gebed aan tafel: Dank je wel God! Dan vieren we elke dag oogstdankdag in het klein.
Dank u, God, dat ik danken kan!

Amen.

Denekamp 6 oktober 2019,

Pastor Jan Kerkhof Jonkman