Ken je plaats

Elke keer wanneer er gescoord wordt op het voetbalveld, dan rennen ze meteen, al juichend en zichzelf kloppend op de borst, op de aanwezige camera’s toe en juichen vol passie kort voor de lens, om meteen heel Nederland te laten weten, dat zij de grote held zijn, de verlosser op de groene mat. Blij zijn en uit het dak gaan, daar is op zichzelf niets mis mee, maar je zelf zo duidelijk op je borst kloppen, en laten zien dat jij de grote held bent, dat het doelpunt alleen aan jou te danken is, dan zit er toch iets scheef, want ben je geen onderdeel van het team? Kreeg je de bal misschien niet van je medespelers na een moeilijke actie aangereikt? Hoefde je de bal niet alleen maar in te koppen? Welk aandeel hadden jouw medespelers? Eigen je jezelf niet een te hoge plaats toe?
Als er een trainer is die een grote hekel heeft aan dit gedrag van deze zichzelf op de borst kloppende spelers voor heel de natie, dan is dat wel de oude, levenswijze trainer Foppe de Haan. Een man die respect afdwingt door zijn nuchterheid, wijsheid, een geboren en getogen Fries, die met zijn 73 jaar nog veel respect geniet in de voetbalwereld en in Heerenveen de voetballers meer bijbrengt dan ego-gedrag en ijdelheid.
“Man”, “doe toch normaal”’ zou hij tegen zo’n speler zeggen, “je bent toch ook maar gewoon een voetballer. “Doe als Abe Lenstra: even juichen en dan weer zo snel mogelijk naar de middenstip om zo snel mogelijk weer te scoren”.

Maar ja, we leven in een samenleving, waar het aankomt op zo hoog mogelijk te scoren, waar je moet opkomen voor jezelf, je het kaas niet van je brood moet laten eten, en je niet door een tegenstander van de bal moet laten zetten. Ja, opkomen voor jezelf, … dat is wat telt, laat horen en zien dat je er bent en scoor waar je kan! Zo voeden we onze kinderen op in onze samenleving, want als je succes hebt in het bedrijfsleven of in de sport, dan ben je de gevierde man/vrouw, dan zetten we je op een hoge plek, dan ben je interessant voor de media en kom je in de Glossy’s te staan en kan heel Nederland van jou smullen.
En bescheidenheid, nederigheid, waarover de Schriftlezingen het vandaag hebben? Blijkbaar is dat alleen voor de “doetjes”, de “watjes”, die over zich heen laten lopen.
Nee, beste mensen, we moeten niet terug naar de tijd waarin een arbeider werd ontslagen wanneer hij op straat niet de pet had afgenomen toen de fabrieksdirecteur voorbijkwam in een auto, de tijd waarin de grote boeren en de toenmalige elite de beste plaatsen innamen in de kerk en het kleine volk genoegen moest nemen met een plek die nog over was of je in genade mocht aanvaarden. Het is goed dat mensen nu allemaal kansen krijgen zich te ontplooien en met hun talenten op een plaats komen waar hun hart ligt. Maar nederigheid en bescheidenheid is zeker ook in onze dagen op zijn plaats.

Ken je plaats, is dan ook de boodschap die vandaag in de liturgie klinkt, woorden die uitnodigen tot bescheidenheid en eenvoud. Doe maar gewoon, je bent ook maar een kwetsbaar en feilbaar mens.
Ooit vroeg een jongen aan een Joodse rabbi: “ Waarom merken nog maar zo weinig mensen iets van God?” “Omdat er nog maar weinig mensen zich diep genoeg willen bukken”, antwoordde de rabbi. In een wereld, waarin alle aandacht gaat naar de eersten, komen we God dan ook nauwelijks tegen, zou de rabbi tegen ons zeggen, want er zijn weinig mensen die nog diep genoeg willen bukken. Mensen die dat nooit willen, die mensen krijgen er vandaag flink van Jezus langs. De gasten op het bruiloftsfeest die niet klein willen zijn, die niet willen bukken, die wordt de les gelezen. Als je een gastmaal geeft, nodig dan niet op de eerste plaats je vrienden uit, maar de armen, gebrekkigen, de kreupelen, de blinden, de vluchtelingen. Zo geeft paus Franciscus ons het goede voorbeeld, hij nodigde de zwervers van Rome, hij nodigde de vluchtelingen uit aan zijn tafel, hij voelt zich niet te min om te buigen naar de kleine en kwetsbare mens, hij geeft hen hun menswaardigheid terug. Hij laat ons zien dat je moet willen buigen en bukken voor de arme sloebers, aan wie geen geld en eer valt te behalen. Je moet je willen bukken voor mensen die gebukt gaan onder zorgen en verdriet, van wie je straks niet beter wordt, omdat zij echt niets terug kunnen doen.

Wie zichzelf nu flink op de borst kloppen, wie naar boven likken en naar beneden trappen, zij zijn nu vaak de eersten, maar zegt Jezus: straks zullen zij de laatsten zijn. Dus denk erom: ken je plaats!

Amen.

Ootmarsum, 28 augustus 2016

Pastor Jan Kerkhof Jonkman