Vierde Zondag: Waar ben jij er één van?

Wanneer ik als kind bij een vriendje aan te spelen was en er kwam bezoek, dan werd steevast aan mij gevraagd: “Woar bin ie d’r een van? Het is een typisch opmerking om iemand een plek te geven alsof de naam of afkomst er toe zou doen? Mensen willen graag iemand kunnen plaatsen, een plek kunnen geven. Je afkomst, jouw familie, de naam die je droeg, van welk boerenerf je afkomstig was, deed er blijkbaar wel toe. Soms werden jou, wanneer je afkomstig was uit een middenstandsgezin, zoon was van een onderwijzer of herenboer, extra kwaliteiten en status gegeven. Elke naam was dan ook niet hetzelfde, bij de ene naam kreeg je meer toegedicht dan bij de ander. Zou een zoon of dochter uit een arm milieu dan wel in staat zijn om te gaan studeren? In mijn jeugd was dat niet vanzelfsprekend, er werd meer gekeken naar een naam of afkomst, dan naar de kwaliteiten die iemand bezat. Dus geen gelijke kansen vor iedereen. Zo ontmoette ik als docent en manager van de HBO Theologieopleiding vaak jonge vrouwen die nooit de kans hadden gekregen om te studeren. Ik vond het geweldig om te zien hoe zij zich op latere leeftijd ontwikkelden en hun levensroeping toch nog konden waarmaken. Ik herinner mij hoe wij als priesterstudenten tijdens vakanties bij elkaar op bezoek gingen en we zo diverse families leerden kennen. Ooit kwamen we op bezoek bij het gezin van één onzer studenten in ons bisdom. We kwamen terecht in een zeer armoedig gezin, waar we overigens heel hartelijk en gastvrij werden ontvangen. Voor mij was het een soort cultuurshock, ik had nog nooit zoveel armoede gezien. Onze medestudent had een goed verstand en bracht het uiteindelijk zelfs tot hoogleraar. Ik vond het geweldig dat hij die kans heeft gekregen en genomen zich zo te mogen ontwikkelen.

Woar bin ie d’r één van? Dat is ook aan de orde in het evangelie van vandaag, waar Jezus voor het eerst optrad in de Synagoge in zijn vaderstad Nazareth. Daar werd natuurlijk met spanning naar uitgekeken, wat zou die zoon van de plaatselijke timmerman toch wel niet te vertellen hebben. Je moet wel lef hebben om de woorden in de mond te durven nemen dat door jou de oude woorden van de profeet Jesaja die u de vorige zondag hoorde “God heeft mij gezalfd om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, gevangenen hun vrijlating bekend te maken aan blinden dat zij zullen zien, verdrukten te laten gaan in vrijheid en om een genadejaar van de Heer af te kondigen” , in vervulling zouden zijn gegaan. Wat denk jij wel niet, zoon van de timmerman, dat jij de lang verwachte Verlosser en Messias bent! Verbeeld jij je niet een beetje veel? Jezus probeerde zijn stadsgenoten duidelijk te maken dat het God niet alleen en oog had voor het Joodse Volk, maar dat Hij blij is met alle mensen. Je moet niet denken, zo probeerde Hij te zeggen, dat jullie bij God op de eerste rang zitten. Wanneer je dat denkt heb je te veel eigendunk. Jezus durft ze een spiegel voor te houden, en houdt ze een ander beeld voor dan zij zelf graag zien van zichzelf. Hij durft dingen te zeggen die zijn stadsgenoten niet zo graag horen en kiest partij voor de kwetsbare mensen in de samenleving die met de nek worden aangekeken. Die er niet bij horen, die door de samenleving tot in generaties veroordeeld zijn tot een bestaan in de marge van de samenleving. Net als Jesaja staat Hij op en wordt Hij een profeet, iemand die de waarheid durft te zeggen en zich niet laat afschrikken door wat het volk, door wat de mensen zeggen.
Ze jagen hem weg naar de afgrond buiten de stad, de plek waar veel kwetsbare mensen moeten leven.

We weten het allemaal wel: een profeet wordt niet in eigen stad geëerd! Zeker niet wanneer je ingaat tegen de gangbare opinie, wanneer je het onrecht aan de kaak stelt. We kennen het van onze klokkenluiders, die door de grote bedrijven en zelfs onze overheid wantoestanden aankaartten, en daarna vals werden beschuldigd, werden tegengewerkt, en zelfs werden ontslagen. Onze geschiedenis vertelt hoe gevaarlijk het kan zijn wanneer je kiest voor de kwetsbaren. Denk maar aan grote mensen uit onze geschiedenis, zoals Ghandi, ds. Martin Luther King en bisschop Oscar Romero, allemaal profeten van deze tijd die niet in hun eigen land, in eigen kerk werden geëerd. Jezus liet zien dat Gods liefde en bekommernis zich niet beperkte tot een selecte groep mensen, tot de elite, tot de trouwe gelovigen, maar zich uitstrekt tot alle mensen, over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. De zoon van de timmerman maakt God ’ s Naam waar: Ik zal er zijn, Ik heb je lief, je kan onvoorwaardelijk op Mij rekenen.

Woar bin ie d’r een van? Jezus van Nazareth is groot geworden in een eenvoudig gezin, maar langzamerhand openbaarde Hij zich als een profeet. Hij verkondigde een blijde en bevrijdende boodschap, waarin Hij God aan zijn zijde wist. Dus toch van Goddelijke komaf!

Lattrop, Denekamp, 3 februari 2019

Pastor Jan Kerkhof Jonkman