Je hebt rekkelijken en preciezen, las ik in de krant. Het heeft nu niets met de geloofsregels te maken, nu gaat het om “de maatregelen”. De één volgt ze (minder) nauwgezet dan de ander.
Ik behoorde tot de rekkelijken; ik had zo graag onze zoon in Eindhoven bezocht. We hebben hem al weken niet gezien, met zes andere studenten leeft hij min of meer opgesloten in hun studentenhuis (voormalig klooster, dus redelijk riant mét tuin). Een uurtje maar, we kunnen buiten gaan zitten, het wordt mooi weer. Maar nee, zeiden de preciezen bij mij thuis, dan doen we niet. Heb nog even geduld, het gaat de goede kant op. Ze hadden gelijk, de preciezen, natuurlijk, maar ja het hart wil zo vaak wat anders dan het hoofd!
Heel even voelde ik de pijn en het verdriet van zoveel mensen in deze tijd, van hen die nu al weken op een kamer moeten verblijven, niet naar buiten kunnen en geen familie mogen zien. Zo schrijnend. Op mijn netvlies staat het beeld van een oudere vrouw in een bed. Huilend zegt ze: “het duurt zo lang.”
Het einde is nog niet in zicht. Onze veertig dagen in de woestijn zijn nog niet voorbij. Een moeilijke tijd met momenten van angst en eenzaamheid. Een tijd die duurt, die veel van ons uithoudingsvermogen vraagt. Maar de woestijn is ook, zoals Nico ter Linden het zo mooi noemt, een leerschool. Een leerschool voor zelfkennis, mensenkennis en Godskennis. Grote Bijbelse figuren – Abraham, Jakob, Jozef, Mozes, Elia, Johannes de Doper en Jezus – ze zijn allemaal die eenzame leerweg gegaan. Wat kunnen wij in deze tijd leren van onszelf en van de mensen om ons heen? Misschien ontdekken we wel dingen die we nog niet wisten; wie of wat blijken we echt belangrijk te vinden, wat missen we (of juist niet). Kunnen we in deze tijd dieper op het spoor komen wat ons in ons leven te doen staat, wat onze taak, onze rol is? En kunnen we dit alles met God verbinden, ervaren wij Hem als de Aanwezige in ons leven?
En toen werd het Pasen. Anders dan andere jaren. Met lege kerken en zonder de traditionele paasgebruiken. Een sobere Pasen. Of moeten we zeggen: een Pasen, teruggebracht tot de kern. Want het Licht brandde, het Lumen Christi klonk en de klokken luidden. Christus is waarlijk opgestaan. Alleluja! We mogen leven met de hoop en in de verwachting dat deze moeilijke tijd voorbij zal gaan, maar ook dat deze tijd ons iets brengt en leert. Laten we bidden dat het Licht van Christus ons daartoe mag verlichten.

Pastor José van den Bosch