Lieve mensen,
Vandaag, op de vijftigste dag na Pasen, vieren wij het Pinksterfeest. En bij een feest horen cadeautjes, net als bij het vieren van een verjaardag, jubileum of het Sinterklaasfeest. Cadeautjes, zoals wij hoorden in de Eerste Lezing, die wij ontvangen van de Heilig Geest. Maar liefst zeven cadeautje. En dat zijn geen cadeautjes die wij trots uitstallen op onze tafel, die wij kunnen opeten of drinken of ermee kunnen pronken als een sieraad. Het zijn cadeautjes die je niet concreet kunt pakken, maar die eigenlijk al in je zitten. Het zijn meer talenten en eigenschappen die we al in ons kunnen hebben: zoals wijsheid, geloof, inzicht, sterkte en liefde. Het zijn eerder een soort vonken die de Heilige Geest aanblaast. Het zijn gaven die het leven leefbaar maken, die als een wervelwind nieuw leven kunnen inblazen in onze samenleving. Gaven die door alle mensen, van welke cultuur, ras of religie worden verstaan, omdat ze de taal van het hart spreken.

Juist in deze bijzondere tijd, waarin velen in onzekerheid verkeren over de toekomst door de dreiging van een onbekend virus dat het openbare leven totaal veranderde en plat legde, verlangen wij naar een nieuwe geest. Verlangen wij naar wijsheid, naar inzicht, naar liefde, naar nieuwe inspiratie om ons leven en dat van de samenleving vorm te geven. Een nieuw normaal, zoals onze regering het uitdrukte, een samen leven waarin niet het eigen belang, het individu voorop staat, maar solidariteit en saamhorigheid, leven in harmonie met elkaar en de aarde, de basis vormen van het nieuwe normaal. Juist de Geest van het Pinksterfeest kan ons met het aanblazen van zijn gaven een nieuwe boost geven voor een leefbare toekomst van mens en aarde.

Pinksteren is dan niet alleen een feest, maar vooral een opdracht. Net als dat voor de apostelen ook een opdracht was om de Geest van Jezus, zijn Blijde Boodschap, te blijven verkondigen. Daartoe kregen ze de kracht van de heilige Geest die over hen neerdaalde. Ook over ons is de heilige Geest neergedaald. Maar zijn wij wel net zo enthousiast als de apostelen? Wij zijn eerder terughoudend in ons enthousiasme, wat koele noordelingen. Het zit niet in ons om al klappend en dansend de viering tot een feest te maken, zoals men in de zuidelijke culturen kan. We weten vaak geen raad met dat enthousiasme. We laten ons eerder leiden door somberheid en mopperen wanneer we zien dat onze kerken leeg lopen. We zijn eerder bang dat wij het zijn die het licht zullen moeten uit doen en de kerkdeuren zullen moeten sluiten.

Lieve mensen, deze somberheid, deze moedeloosheid kunnen wij overwinnen, wanneer we echt geloven dat Gods Geest nog altijd actief is in ieder van ons, in ons zelf, in onze naasten, in al onze medemensen. Ook in hen die reeds door de officiële kerk zijn afgeschreven, vanwege hun leefwijze, geaardheid, levensovertuiging of afwijkend gedrag. Gods Geest kan alleen maar actief zijn als wij zijn oren, ogen, handen en voeten willen zijn. Zijn ogen om het goede te zien dat er is. In de kracht van zovelen die zich de afgelopen periode hebben ingezet voor de mensen die getroffen werden door een wereldwijd virus of door wat voor ellende ook. Zijn oren om te luisteren naar Gods Woord en er naar leven. Zijn handen om te zorgen voor onszelf en onze medemens. Zijn voeten om zieken, eenzamen, verlaten mensen te bezoeken. Daarin voelen we de kracht van de Heilige Geest om aandacht te hebben voor al onze medemensen.
Wat zou onze kerk tot nieuw leven kunnen komen als haar ambtsdragers van laag tot hoog, net zo hartstochtelijk en geestdriftig als de apostelen, hun vreugde zou uitroepen tegen de Parten, Meden en Elamieten van deze tijd. Dus tegen mensen die anders geaard zijn. Mensen die in de fout zijn gegaan. Mensen wier huwelijk mislukt is en die een nieuwe relatie zijn aangegaan. Mensen die nog wel gelovig maar niet kerkelijk genoemd willen worden, mensen die zich door de kerk in de steek gelaten voelen vanwege haar misbruik door ambtsdragers. Mensen die buiten de kerkelijke boot vallen omdat ze niet beantwoorden aan de kerkelijke wetten.

Wachten zij allen niet op hemelse barmhartigheid dat zo treffend wordt gezongen in het Veni Creator Spiritus: Kom Schepper Geest daal tot ons neer en houd bij ons uw intocht Heer, vervul ons hart dat vol verlangen wacht (verbeidt) op hemelse barmhartigheid.
Als dat gebeurt als Gods Geest ons vervult met hemelse barmhartigheid, dan wordt Pinksteren niet een dagje uit, blijft het niet bij een weekendje kamperen, een lang vrij weekend, maar wordt het een positieve, geestdriftige, opbloeiende levenshouding, waarin onze beste krachten naar boven komen, om het leven van het nieuwe normaal in te richten naar Gods Geest van liefde, barmhartigheid en vrede! Een samenleving vervuld van liefde, barmhartigheid en vrede, het mooiste cadeau wat we kunnen ontvangen.

Ik wens ik u allen een Zalig Pinksterfeest en een hoopvolle toekomst!

Amen.

Denekamp, 31 mei 2020,
Pastor Jan Kerkhof Jonkman