“Hoe welkom is de vreugdebode, die over de bergen komt aangesneld, die vrede aankondigt en het goede nieuws brengt” , hoorden we de profeet Jesaja zeggen in de Eerste Lezing. Hiermee sprak hij het verlangen uit van het Joodse volk dat zich in zijn dagen door hun koningen teleurgesteld en in de steek gelaten voelde, helemaal aan de grond zat en verlangde naar de eindtijd, naar de komst van God, hun enige koning, de God die hen zou komen redden.
Hoe welkom zou 1300 jaar geleden hier in deze regio, waar de Saksen, een stam van het Germaanse volk woonde, hoe welkom zou die vreemde monniken zijn geweest van dat eiland over de Noordzee? Een nazaat van de Saksen die het ooit hadden gewaagd de overtocht te maken naar het huidige Engeland en Ierland, en die hier aan onze voorvaderen het geloof in de ene ware God kwam brengen en verkondigen? Het moet een grote confrontatie zijn geweest, hier op de heuvels en in de wouden waar onze voorouders zich in stamverband hadden gevestigd en zich al jaren met hun eigen godenwereld verbonden voelden. Ze waren nog steeds op hun hoede voor de invallen van de Franken die vanuit het zuiden hun gebied probeerden te veroveren en tegelijk hen de christelijke godsdienst probeerden op te leggen. Ze hadden nog steeds met succes deze aanval op hun gebied en hun religie afgewend.

Maar nu was het anders. Er overviel hen geen koning met een leger soldaten die hen onder geweld zou kerstenen, maar het was een geweldloze monnik in een grijze pij met Kruis en Boek, die met zijn metgezellen aangespoeld was op het Hollandse strand, en hen het goede nieuws kwamen vertellen over een liefdevolle, barmhartige, meelijdende God. Niet met wapens, maar met het Kruis probeerden zij de Saksen ervan te overtuigen om hun oppergod Wodan, Donar, hun dondergod, de vruchtbare Freia en de andere goden in te ruilen voor de God van de christenen. Maar dat ging niet zomaar vanzelf, de monniken waren hun leven niet zeker, de trotse Saksen gaven zich niet zomaar gewonnen voor het nieuwe geloof. Pas toen de Saksische vorst Widukind het hoofd boog voor het kruis, gaven de Saksen zich geleidelijk over. En toen kon het christelijk geloof wortel schieten in deze vruchtbare Twentse bodem en werden de heidense cultusplaatsen met wijwater en kruis omgedoopt in christelijke heiligdommen.

Zo zou zich het bekeringswerk van de Ierse, Angelsaksische missionaris Plechelmus, de patroon van onze kerk, van onze moederkerk in Oldenzaal moeten hebben voltrokken volgens de ons beschikbare bronnen. Ooit bisschop gewijd waagde hij ook na Willibrord, de oversteek met zijn metgezellen, alles achterlatend om hier het geloof te verkondigen. Of hij ook zelf werkelijk in Oldenzaal en omstreken is geweest blijft nog altijd een grote vraag. Plechelmus is begraven in het klooster op Pietersberg, tegenwoordig Odiliënberg bij Roermond. Historici zijn het niet eens waar hij precies heeft gewerkt, maar het feit dat Oldenzaal al heel vroeg een verering kende voor Plechelmus, zijn relieken zijn al in 954 naar Oldenzaal zijn gebracht, kan erop duiden dat men het geloof dankt aan zijn missioneringsarbeid. Zo werd Oldenzaal met Plechelmus het kerkelijk centrum van katholiek Twente.

Eeuwenlang hebben onze voorouders steun en kracht gevonden in het geloof, en hun schutspatroon aanbeden in moeilijke tijden. Plechelmus heeft het overleefd, heeft de stormen van de Reformatie doorstaan, en nog altijd is de Plechelmusbasiliek het zichtbaar monument van Katholiek Twente. Vanuit alle windstreken steekt zij hoog uit boven stad, de omliggende dorpen en het Twenteland, als een standvastig baken van Katholiek Twente. Met hier in ons dorp De Lutte onze een eigen statie van Plechelmus.
Maar is Plechelmus, in staat om ook de storm en teloorgang van het geloof in onze moderne tijd te doorstaan? Of verdwijnt hij definitief in de geschiedenis van het Lutter volk? Zullen er dan ook nog mensen zijn die geïnspireerd worden door het leven Plechelmus en de boodschap van het evangelie die hij ooit bracht? Zullen er nog ouders zijn die hun kind in hun doopnamen Plechelmus meegeven, zoals mijn ouders ooit hebben gedaan? Of hebben wij andere heiligen in onze tijd, zoals de succesvolle voetballers die bergen geld verdienen of wordt Max Verstappen een nieuwe heilige, waar duizenden fans de wereld voor afreizen om hem te volgen in de racewedstrijden? Of Maarten van der Weijden, die onder massale belangstelling in zijn 2e poging de 11-steden zwemtocht volbracht en miljoenen inzamelde voor kankeronderzoek? Zijn zij de helden, de iconen van onze tijd waar we naar moeten opkijken, ons door moeten laten inspireren? Zijn zij het die een grote bijdrage leveren aan het welzijn en de toekomst van de wereld? En wordt er over 1300 jaar nog over hen gesproken?
Op welke iconen, welke helden zetten wij in? Wat zijn de heiligen die ons nu inspireren, nu de kerken steeds leger worden en steeds minder mensen zich bekennen tot een religie?

Maar zolang er mensen zijn die zich laten raken door het onrecht dat wij elkaar aandoen, zolang mensen nog massaal in actie komen wanneer kwetsbaren in onze samenleving in de verdrukking komen, en hen opvissen uit de zee van ellende, zolang wij blijven omzien naar onze naaste en zolang wij blijven streven naar een menselijker en rechtvaardiger samenleving, dan houden wij de blijde en bevrijdende boodschap van het Evangelie nog altijd levend, en kan God ’s aangezicht zichtbaar worden in een samenleving waar de gevestigde kerken en religies steeds meer verdampen.

Mogen ook wij op onze eigen wijze, in navolging van Plechelmus in onze tijd de boodschap en de kern van het Evangelie trouw blijven en doorgeven aan de volgende generaties.
De boodschap van liefde, geduld, moed en godsvertrouwen!

Amen.

De Lutte, 14 juli 2019
Pastor Jan Kerkhof Jonkman