Dicht bij Drachten staat een Karmelklooster dat enkele jaren geleden, toen de laatste zusters van de ongeschoeide Karmelieten het hadden verlaten, omgebouwd werd tot een bezinningscentrum. Een tijd geleden mocht ik in dit klooster, dat nog geheel in authentieke staat is gebleven, er te gast zijn tijdens een retraite. Je slaapt in de cellen van de zusters, de zalen, de refter, keuken en kapel zijn nog geheel intact zoals het vroeger was. Heel bijzonder vond ik de vogeltjeskamer, naast de hal bij de kloosterpoort. Een prachtige kamer, genoemd naar de tegeltjes waarmee de wanden van deze Friese kloosterkamer waren gedecoreerd. Tijdens een rondleiding vertelde men dat dit de kamer was waar de familie voor het laatst samenzat met een dochter die intrad. Wanneer de familie een dochter, die wilde intreden, naar het klooster bracht, werden zij ontvangen door moederoverste in deze kamer. Daar werd dan samen een maaltijd gebruikt, daarna was er gelegenheid om afscheid te nemen en vervolgens ging de deur van het slot open, je zag niemand achter de deur, alleen een open ruimte. De aspirant kloosterlinge trad naar binnen en zodra zij binnen was viel de deur in het slot. Vanaf dat moment was zij gescheiden van haar familie, deed zij afstand van het aardse en stelde zij zich beschikbaar voor het geestelijk leven, voor Christus en zijn kerk. Ze had letterlijk afstand genomen van haar vader en moeder, het leven in de wereld om zich geheel aan God te kunnen wijden. Terugkeer naar familie bij feest en rouw was niet meer mogelijk.

Hieraan moest ik denken toen ik de woorden van Jezus hoorde uit het evangelie: “zo kan niemand van u mijn leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit”. Of nog sterker: “Als iemand naar Mij toekomt die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn”. Dat hakt er nogal fors in, zeker bij onze generatie die nogal gehecht is aan bezit, aan familie, aan vrienden. Of jezus dat ook precies zo letterlijk heeft bedoeld, zoals wij het opvatten, is nog maar de vraag. Maar vele zusters, broeders en paters hebben wel al in hun jonge jaren alles opgegeven om in te treden in het klooster, de een wat strenger regime dan de ander. Op veel boerderijen en in veel huizen hebben veel tranen gevloeid wanneer een zoon of dochter kwam met de boodschap dat hij of zij het klooster in wilde. Dat was in alle gevallen niet een voorgoed afscheid van de familie, maar we hebben een tijd gekend dat zij niet in huis mochten komen wanneer vader of moeder stervende was, dat je in het gunstigst geval even van buiten door het raam mocht kijken, maar op de uitvaart komen was taboe, je zou je weer te veel kunnen hechten aan de familie of de wereldse dingen.
Beste mensen, deze toelatingseisen zijn tegenwoordig milder geworden, het staat haaks op ons moderne levensgevoel, we zouden het als onmenselijk bestempelen. Wij weten ook niet of veel mensen in Jezus’ tijd gehoor gaven aan de zware toelatingseisen die het Evangelie Hem in de mond legt. Bezit en familie loslaten is wel een voorwaarde om in het klooster te worden toegelaten, maar wij willen wel graag een normaal leven en tegelijk ons geloof behouden en voeden. Bezit en familie, zijn zaken die gaan over gebonden zijn, terwijl geloven iets te maken heeft met vrijheid. Jezus nodig ons uit om in vrijheid te geloven,, waarbij je los komt van een berekening als: wat levert mij het op? Je moet niet geloven omdat er iets tegenover staat, maar los van alle macht en invloed geloven dat God ons lief heeft. Laat je niet van de wijs brengen door gesprekken op verjaardagen en partijtjes, waarin mensen je voor gek verklaren dat je nog naar de kerk gaat, dat je nog gelooft, omdat dit volgens hen niets oplevert of toevoegt aan hun leven. We leven in een samenleving waarin de blik vooral gericht is op het kortdurende, tijdelijk geluk, op een leuk leven hebben met elkaar en vooral een leuk leven voor jezelf. Geloof, je openstellen en overgeven aan God, past daar niet in, je hebt toch alles zelf in de hand? Geloven is niet iets voor meelopers, voor mensen die bezig zijn met de waan van alle dag, mensen die afhaken als het hun niet meer goed uitkomt. Geloven betekent in vrijheid kiezen voor de weg die Jezus ons is voorgegaan, de weg van barmhartigheid, liefde, vrede en gerechtigheid waar maken in het leven van alledag. Want het leven is meer dan geld verdienen, bezit vergaren, zorgen voor goede relaties, de gunst krijgen van mensen. Dat mag er ook zijn, maar om de weg van Jezus te volgen hoeft je niet zo’n radicale keuze te maken, door net als vroeger in te treden in een slotklooster, hoe weldadig ze ook zijn. Maar Jezus volgen, betekent, zijn levensweg gaan door ook jouw leven in dienst te stellen van Gods Rijk van liefde. Een Rijk waarin geen slaven en meesters zijn, geen blanken of zwarten, geen allochtonen en autochtonen, geen rijken of armen, maar waar we allen broeders en zusters zijn. Moge dit samenzijn, vanmorgen, ons dichter bij elkaar brengen, opdat zo Gods Rijk op aarde mag neerdalen.
Amen.

Lattrop, 4 september 2016

Pastor Jan kerkhof Jonkman