Hij was onze beste vriend, de man van de vriendin van mijn echtgenote. Vanaf onze verkeringstijd trokken we met elkaar op. De onderlinge band voelde als familie, onze kinderen noemden hen ook oom en tante. Vele vakanties bracht we samen door met onze gezinnen, trokken we in de zomer Europa door en genoten we van de prachtige natuur en cultuur. Hij was een sterke man, die de regie in handen had. Als vertegenwoordiger in landbouwmachines had hij goede contacten en wist hij overal de weg. Hij was tegelijk een vertrouwensfiguur waaraan veel boeren en boerinnen in hun keuken hun zorgen toevertrouwden. De laatste jaren keek hij uit naar zijn pensioen. Ging het werk hem wat minder gemakkelijker af? Kon hij de automatisering en digitalisering moeilijker bijbenen? Hij was nog maar eind vijftig toen hij gedwongen met vervroegd pensioen werd gestuurd. Dat kon hij moeilijk verwerken, hij had zich toch altijd met hart en ziel ingezet en nu voelde hij zich aan de kant gezet! Hij was daar erg boos over. De regie over zijn leven was hem uit handen geslagen. Hij trok zich steeds meer terug, voelde zich ook onzekerder worden. Tijdens een korte midweek op de Waddeneilanden voelde ik dat er toch meer aan de hand was. Hij verdwaalde in het hotel, kon niet meer kiezen wat hij wilde eten, terwijl ik blindelings zijn menu wel kon invullen, begon hij steeds meer hetzelfde te herhalen…. De man van de weg, die overal de weg kende, was de weg kwijt geraakt. Hij wist niet meer hoe hij zijn volkstuin, waar hij graag verbleef, moest omspitten, hoe hij aardappels moest poten… Hij moest zijn rijbewijs inleveren en zijn auto, zijn trots, werd verkocht. Hij ging steeds meer leven in een binnenwereld, waar je hem moeilijk kon bereiken en begrijpen. De ziekte dementie had zijn geest aangetast en had een totaal ander mens van hem gemaakt. Dankzij de goede zorg van zijn vrouw kon hij thuis blijven wonen, met twee keer per week dagopvang tot het niet langer ging. Op zijn verjaardag werd hij opgenomen in het verpleeghuis, uiteindelijk werd het maar een korte tijd, anderhalf jaar, want in mei j.l. overleed hij. Terwijl zijn leeftijdsgenoten druk waren met de nieuwe invulling van hun pensioenperiode, gleed hij langzaam van ons weg, de eeuwigheid in. Dikwijls heb ik mijzelf min of meer schuldig gevoeld: waarom hij? Waarom overkomt het hem, die ik nog zo graag kwaliteit van leven had gegund, die nog zoveel had kunnen betekenen voor zijn gezin en de samenleving. Je ervaart op zulke momenten je eigenkwetsbaarheid en het geluk dat je nog gezond bent en volop mee kan doen in het leven.

Dementie, een ziekte waaraan op dit moment 240.000 mensen lijden, is een schrikbeeld voor veel ouderen. Als het zich zo doorzet zullen in 2040 een half miljoen mensen deze ziekte krijgen. Eén op de vijf ouderen, het kan niet anders dat bijna elke familie te maken krijgt met deze hersenaandoening waarbij je jezelf en elkaar langzaam verliest. Het is de grootste volksziekte die onze ouderdom bedreigt en alle onderzoeken naar de oorzaak hebben nog steeds niet tot bevredigende resultaten geleid. Lichamelijk kunnen we blijkbaar veel, maar invloed op onze geest is nog steeds een moeilijk terrein. Ik hoor wel eens zeggen: oud worden is mooi, oud zijn lang niet altijd!

Zelf heb ik zestien jaar mogen werken in het verpleeghuis St. Elisabeth in Delden, fijne jaren waarin ik mooie en intieme contacten en momenten heb mogen beleven met deze kwetsbare ouderen. Het is niet niks wanneer je beseft dat je langzaam de grip op het leven gaat verliezen, je geheugen je steeds meer in de steek laat, je onrustig wordt van binnen, je de kinderen niet meer bij naam kent, je partner aanspreekt als vader of moeder. Het is niet niks wanneer je niet meer kan zeggen wat je van binnen voelt, je niet meer uit je woorden komt en je anders gaat reageren dan vroeger, wanneer je jouw zachte kant aan het verliezen bent, je steeds meer het contact met de buitenwereld verliest en in een eigen binnenwereld geraakt! Het is niet niks wanneer jouw partner en de mantelzorg jou niet meer kan geven wat ze graag zouden willen geven en je opgenomen wordt in een verpleeghuis.

Dan is het een zegen dat er mensen zijn die zorg en aandacht voor je hebben wanneer je van de levensweg bent geraakt, gedwongen aan de kant moet zitten, niet meer mee kunt doen zoals de blinde Bartimeüs. Dan is het een zegen dat er mensen zijn die je vertrouwen geven, dat jij er mag zijn, dat jij er toe doet, die je waardigheid hoog houden, je respecteren, ook al kun je zelf niet alles meer en ben je de regie kwijt over jouw leven. Dan is het een zegen dat er engelen van mensen, verzorgsters, zijn die je omringen met zorg, geduld, respect en liefde. Het is een ware roeping om voor deze mensen te mogen zorgen, het is een roeping om dit dag in, dag uit, te kunnen opbrengen met veel engelengeduld. Het is een zegen dat er mensen zijn die met jou die levensweg kunnen en durven te gaan die je nog rest en je niet in de steek laten.
Beste mensen, het is ons aller taak, om net als Jezus, de mensen die van de weg zijn geraakt en de weg kwijt zijn, niet te laten zitten, maar aandacht, zorg en vertrouwen schenken. Om hen zo een stukje kwaliteit van leven terug te geven, te laten voelen dat ze er toe doen.

Graag eindig ik met een zaligspreking voor de bejaarde:

Zalig zij die begrip tonen voor mijn onzekere stap en mijn bevende hand,
die weten dat mijn oren moeite hebben om te horen,
die mijn bijziendheid aanvaarden en mijn trager verstand…

Zalig zij die niets lieten merken dat ik vanmorgen met mijn koffie morste,
die even stilstaan om een praatje met mij te maken…

Zalig zij die mij niet verwijten dat ik een verhaal vandaag al tweemaal verteld heb,
en die aanvoelen hoe moeilijk het soms is om oud te zijn…

Zalig zij die mij ongemerkt herinneren aan wat gisteren gebeurd is,
die mij niet kwalijk nemen als ik hun naam niet meer weet,
en die mee kunnen gaan in mijn belevingswereld….

Zalig zij die de laatste dagen van mijn aardse reis naar ’t Vaderhuis,
door echte liefde minder moeilijk maken.

Want zij allen laten iets van God zien aan mij!
Amen.

Tilligte, 27 oktober 2018

Pastor Jan Kerkhof Jonkman