Ik herinner mij nog als de dag van gisteren, toen 34 jaar geleden de pastoor van de Blasiusparochie uit Delden tegen mij zei, na afloop van een vergadering van het parochiebestuur die mij gekozen had tot voorzitter: Jan, ik vind dat jij diaken moet worden! Een vraag die mij net als de jonge Samuël in de Eerste lezing overviel. Het was als het ware een stem van buitenaf die mij riep tot een keuze voor de kerk, een keuze om Gods werk levend te houden in een samenleving waarin Gods stem, die eeuwenlang zekerheid en houvast had geboden aan onze voorouders verstomde en hier en daar weggevallen was. Geroepen worden een keuze te maken voor de stem die opriep tot barmhartigheid, medemenselijkheid, naastenliefde en vrede in een samenleving die steeds meer verhardde en op hol sloeg, aangewakkerd door een oproep tot zelfredzaamheid, tot egoïsme en het zeker stellen van het eigen belang. Het voelde als een stem die mij bevestigde wat reeds lange tijd al sluimerde in mijn hart, n.l. om het dovende Licht van Gods aanwezigheid in onze samenleving brandend te houden, om zijn Barmhartigheid present te stellen in een steeds meer verhardende samenleving.

Zo gaf ik mijn maatschappelijke carrière op, om mij geheel te geven aan het dienstwerk van de Kerk, een keuze waar ik nooit spijt van heb gehad en die mij veel innerlijke rijkdom heeft gebracht. En ook al had ik heel andere vergezichten toen ik als pasgewijde diaken over de drempel stapte van de Blasiuskerk in Delden en de wereld inkeek, nooit heb ik twijfel of spijt gehad van mijn keuze.

Gods Licht brandend te houden, het lijkt wel vloeken in de kerk, in een samenleving waarin men zich massaal van de Kerk heeft afgekeerd, de tijd waarin niet alleen in de stad, maar ook vele dorpskerken onder de slopershamer dreigen te worden verpulverd. Gebouwen die symbool staan voor Gods aanwezigheid in de samenleving, plekken waar je tot rust mag komen, waar je mag ervaren dat jouw menselijke tekortkomingen vergeven worden, plekken waar je jezelf mag zijn en mag ervaren dat je het in het leven niet alleen hoeft te doen. Gebouwen die eeuwenlang onderdak boden aan het geloof, vertrouwen, houvast en troost voor onze voorouders. Kerken, symbolen van het Huis van God, waar één voor één de godslamp gedoofd lijkt te worden. We staan voor de grote uitdaging om die godslamp, het Licht waarin God nog flakkert in onze wereld brandend te houden. Ook al gaan onze kinderen niet meer naar de kerk, worden klein- en achterkleinkinderen niet meer gedoopt.

De tijd van het vanzelfsprekend geloven is voorbij, de tijd waarin Twente werd gedomineerd door vele klooster- en priesterroepingen is voorbij. Zelfs de kloosters, de vindplaats van goddelijke inspiratie en onderdak hebben hun beste tijd gehad. Blijkbaar worden we door de Schriftlezingen wakker geschud dat roeping, het volgen van Gods stem, niet iets exclusiefs is voor priesters, diakens, pastoraal werkers en kloosterlingen. Allen worden we geroepen, en wel in ons dagelijks leven. Ook dan wordt door de samenleving, door onze werkgever, door onze buurvrouw, door onze dorpsgemeenschap geroepen, om ons in dienst te stellen van onze medemens. En dan komt het erop aan of het Licht van Gods aanwezigheid nog brandt in ons hart.

Zo riep Jezus de leerlingen niet in de Tempel of Synagoge, maar tijdens het uitvoeren van hun dagelijks werk als visser. Wil je mij volgen? Zo was zijn vraag. Het maakte hen nieuwsgierig wie Hij was, hoe Hij naar de wereld keek, hoe Hij mensen troostte, oppikte die

verloren rondliepen in de toenmalige samenleving, hen hun waardigheid en identiteit teruggaf, hoe hij elk mensenleven als volwaardig beschouwde, naastenliefde en vrede uitstraalde. Jezus, de Messias, die niet als een heerser, als een strenge bisschop of paus optrad met allerlei regels, voorschriften, kerkelijke straffen en beperkingen, maar als een Lam Gods de zonden der mensheid op zich nam en juist weer nieuwe levenskansen gaf, die hun levenswonden balsemde met Gods liefde en trouw. Deze Mens riep de nieuwsgierigheid in hen wakker, fascineerde hen, waardoor ze hun netten achter zich lieten vallen om Hem te volgen en later zijn zending uit te dragen. Gods Licht schijnt niet uitsluitend in stenen gebouwen, maar zetelt vooral in ons mensenhart. Wij zijn de tempel waarin Hij wil wonen, zo zegt de apostel Paulus, treffend.

Lieve mensen, geldt datzelfde niet voor ons allen, hoe staat het met Gods Licht in ons eigen hart? Is Zijn roepstem gedoofd of is die nog sluimerend aanwezig? De stem die oproept tot mededogen, vrede, medemenselijkheid, vergeving en naastenliefde? Of overheerst de stem van Trump om het recht in eigen hand te nemen, de stem van het egoïsme, eigen belang, zonder verantwoordelijkheid te nemen voor onze medemens, de natuur en de wereld?

Laten we, wanneer de stenen van dit gebouw er niet meer zijn, de Gods Lamp brandend houden in ons hart en de wereld. Dan beantwoorden we allen ten volle aan Zijn roepstem!

Amen.

Beuningen/Tilligte, 16/17 januari 2021

Pastor Jan Kerkhof Jonkman