Vrijdagmorgen viel mijn oog op een klein artikel in de rubriek Streekcultuur met als titel: Levensgezel van meneer pastoor. Een prachtig stukje over het leven van de jonge, stille Sallandse boerendochter Betsie Wichers die in 1973, als huishoudster in dienst trad bij de populaire pastoor Roebbers in Eibergen. Wie haalde het in die jaren het nog in haar hoofd om daar haar toekomst te slijten, er waren in de wereld nog genoeg andere plekken je als jonge vrouw te kunnen ontwikkelen en je talenten te benutten. Toch nam Betsie die stap, een vlucht zo vertelde ze later, om te ontsnappen aan het tamelijk vreugdeloze, armoedige en benauwde Sallandse boerenmilieu.

Terwijl haar omgeving en haar vriendinnen er misschien anders over dachten, vond zij in de pastorie, bij deze pastoor, een vruchtbare voedingsbodem om zich verder in haar leven te ontplooien, zij vond er het licht en warmte om open te kunnen bloeien, en haar talenten en gaven ter beschikking te stellen aan het leven op de pastorie in diverse parochies. Eén maal op de pastorie, zo vertelde zij, kon ik wel jubelen. Een grote pastorie, mooie tuin, ieder zijn werk. Zo deed het stille boerenmeisje dingen dat ze nooit voor mogelijk had gehouden, en kreeg voor het eerst van deze pastoor de waardering die zij nog nooit tevoren zo had gevoeld. Het was niet alleen, koeken, schoonmaken, gastvrouw zijn, maar ze voerde met de pastoor hele gesprekken, werden zielsverwanten, deden samen ook leuke dingen, uitstapjes en verre reizen. Op de plek, die in haar tijd geen meisje meer zou begeren, vond zij een vruchtbare voedingsbodem om te sterven aan zichzelf, haarzelf weg te cijferen in dienstbaarheid voor de parochiegemeenschap, om zo open te bloeien en nooit gedachte vruchten voort te brengen. Een Sallandse graankorrel die in vruchtbare, kerkelijke aarde viel en open bloeide.
Nooit, zo vertelde zij, heb ik een seconde spijt gehad van deze keuze, om deze eenvoudigste functie in de kerk te vervullen, het was voor haar de sleutel die de wereld opende.

Beste mensen, wie van ons zou in deze tijd nog zo’n keuze maken? Wij leven in een tijd waarin dienstbaarheid, je leven geven voor de ander, vervreemdend werkt. Het beeld van sterven aan jezelf, iets van jezelf geven om nieuw leven te geven, staat haaks op het moderne levensgevoel, waarin het Ik voorop staat, jezelf ontplooien, er zelf op de eerste plaats beter van te worden. Mensen worden opgezweept zo hoog mogelijk te scoren, de lat wordt hoog gelegd, te hoog, je mag daarbij niet falen, zo bleek deze dagen nog uit een landelijk onderzoek. Levensgeluk wordt gekoppeld aan status, een hoge functie in het bedrijfsleven, een hoog salaris. Maar de werkelijkheid laat ons zien dat lang niet iedereen dat lukt, dat lang niet iedereen daarin een goede voedingsbodem vindt om goede vruchten voort te brengen. Ondanks alle fantastische mogelijkheden, zijn ook nu mensen op zoek naar een goede voedingsbodem in hun leven, van waaruit zij zich kunnen ontwikkelen, een bodem waarin zij niet opgeofferd worden aan de idealen van onze westerse economie, waarin het streven is om materieel nog rijker te worden, en we tegelijk roofbouw plegen op het menselijk kapitaal, de talenten en gaven die in ons hart zitten en die ons naast mooie vruchten van arbeid en dienstbaarheid, gelukkig kunnen maken.

Juist door iets van onszelf prijs te geven in ons leven, zo zegt Jezus in het Evangelie, kunnen we ook iets nieuws terugwinnen. Dat betekent : sterven aan jezelf, aan je dikke IK, jouw leven in dienst stellen van de ander, leven vanuit je hart in betrokkenheid op je medemens.
Dat is wat Jezus ons voorhoudt, dat is wat Hij ons heeft voorgeleefd, tot aan het uiterste toe. Hij heeft voor ons de aarde, de voedingsbodem voor zo’n leven rijp gemaakt, een bodem waarin huishoudster Betsie Wichers haar leven heeft neergelegd, een voedingsbodem waar ook in onze tijd velen naar verlangen, een voedingsbodem waarin jij gerespecteerd en gewaardeerd wordt, en niet als een economisch product wordt gezien en behandeld, maar als een mens, die liefde, warmte en geluk, kan schenken aan de medemens en de schepping. Sterven aan jezelf gebeurt ook in deze tijd, b.v. wanneer je een prachtige baan en carrière in het bedrijfsleven opgeeft om te gaan werken in de zorg.

Mogen wij voor elkaar en voor onze toekomstige generatie een stevige bodem bereiden, met kracht, warmte en licht als voedingsbron, waardoor mensen kunnen leven, groeien en bloeien, en kleur en toekomst geven aan de mensheid en de aarde. Mogen wij de moed opbrengen om daarvoor een klein beetje te sterven aan onszelf!

Amen.

Ootmarsum, 17 maart 2018.

Pastor Jan Kerkhof Jonkman