U kent wellicht wel de uitdrukking: Op ’t leste hemd zit gen ’n tuk! Een uitdrukking die mijn vader wel eens gebruikte om ons te waarschuwen dat we ons ook weer niet teveel moesten hechten aan materieel bezit. Een uitdrukking waarmee hij ons duidelijk maakte dat we bij ons sterven, hoe rijk we ook zijn, niets kunnen meenemen. De rijkste boer, zo voegde hij er wel eens aan toe, heeft na zijn sterven net zoveel vierkante meter grond als de armste uit het dorp! Het verzamelen van rijkdom voor jezelf is allemaal ijdel, is allemaal lucht zo waarschuwt Prediker ons in de Eerste Lezing. En toch leven we in een tijd waarin wij gestimuleerd worden zoveel mogelijk materiële rijkdom en welvaart na te jagen. Het leven is pas geslaagd als je goed hebt geboerd, veel winst hebt gemaakt, een goede bankrekening hebt, een mooie villa of een megastal, waarbij je het contact met de beesten slechts kunt volgen en aansturen via de computer. Maar maakt jou dat diep van binnen echt gelukkig? Dag en nacht ben je er mee bezig, was je vroeger, zo vertelde mij een veehouder,
‘s-ochtends en ’s avonds met anderhalf uur klaar met het melken en had je tegelijk alle koeien gezien en wist je gelijk of alles met de dieren oké was, nu met de melkrobot ben ik dag en nacht bezig. Dan krijg ik weer een piepje zus of zo, of is er weer ergens een storing in het voedersysteem of de melkrobot. Meer koeien en meer techniek geeft mij minder rust.

Waarom toch al dat zwoegen en getob de hele dag, waarom jagen we ons zo op dat we er bijna een burn-out van krijgen, vraagt Prediker zich af. Met al die bezittingen, al die investeringen wordt je er geen gelukkiger mens van, je zorgen nemen alleen maar toe. En wie veel heeft, wil nog meer, is nooit tevreden, wil een nog comfortabeler leven. Zo lazen we laatste weken berichten over politici die een greep zouden hebben gedaan in de partijkas. Hebben ze dan nog niet genoeg zou je denken? Zo eigenen we ons wat toe in ons leven, zoals de aarde en haar grondstoffen, bakenen we niet alleen onze landsgrenzen af, maar ook ons eigen erf -soms met grote hekwerken en een beveiligingssysteem- , terwijl wij ons uiteindelijk niets op onze aardbol ons kunnen toe eigenen. We zijn slechts rentmeesters, bezit is geen garantie voor levensgeluk, nee ook niet om verzekerd te zijn van eeuwig leven, ook al dacht men in vroegere tijden met grote schenkingen aan kerken en kloosters een mooi plaatsje in de hemel te kunnen kopen. Mag rijkdom dan niet? Is de Bijbel daar tegen? Ik hoor niet zeggen dat de Bijbel tegen bezit of rijkdom is, maar zij wijst ons erop daar verantwoord mee om te gaan. Eigen je je bezit niet toe aan jezelf, maar zorg dat je het deelt met anderen, met wie niets hebben, want alles wat we hebben is een gave van God, het is aan ons om het te delen. Juist daardoor word je gelukkig. Zo worden we mens zoals God het heeft bedoeld, zegt de Schrift. Zolang je je houdt aan de 10 Leefregels, de tien richtingwijzers die Mozes ontving op de berg Sinaï, ben je op weg naar het levensgeluk.

Hoe het kan aflopen met onze steeds maar voortdurende honger naar nog meer welvaart, nog grotere winsten, het ons toe eigenen van nog meer bezit in onze huidige rijke wereld, maakt Jezus ons duidelijk in het verhaal van de rijke man die een grote oogst had binnengehaald en het plan opvat om nog grotere schuren te bouwen om al zijn rijkdom op te kunnen bergen. Een man die zijn oogst, zijn rijkdom slechts voor zichzelf verzamelt, om er zelf een prettig leven van te hebben. Maar er hoeft maar iets te gebeuren, een economische crisis, het inzakken van de beurzen, een ongeneeslijke ziekte, dan verdampt ineens al jouw geld, ben je alles kwijt, of moet je al je bezit loslaten omdat je gaat sterven. Zo kan het gaan met onze rijkdom, onze welvaart, ons pensioen dat zo waardevast was opgebouwd. Zo gaat het met mensen die rijkdommen vergaren voor zichzelf. Rijkdom vergaren voor jezelf maakt dan ook niet diep van binnen gelukkig. Dat geluk is tijdelijk en vergankelijk en leidt niet tot echt geluk, tot rijk zijn bij God. Die rijkdom kunnen we vinden door solidair te zijn met anderen, met de kwetsbaren, door goed te zijn voor anderen en zorgzaam met elkaar om te gaan. Rijk word je doordat anderen naar je omzien, doordat je in de zorg van de ander om jou, ervaart dat God zelf naar jou omziet.
Waarvoor zwoeg je dag in dag uit? Om rijk te worden in de ogen van de wereld, of om rijk te worden in de ogen van God?

Tegen onze rijke Westerse wereld zou ik willen zeggen: rijkdom is geen probleem, als het maar een zegen is voor de arme! En onthoud één ding: op ‘t leste hemd zit gen ’n tuk!

Beuningen/Noord Deurningen/Gerardus Majella,
3/4 augustus 2019.

Pastor Jan Kerkhof Jonkman