Deze dagen las ik een artikel over een vroedvrouw die na haar pensionering terugkeek op haar werk als vroedvrouw. Ze vond het heel bijzonder dat zij al die jaren dit werk in grote dankbaarheid had mogen verrichten en zo dichtbij een intieme gebeurtenis in het mensenleven aanwezig mocht zijn. Met meeste dat me raakte was dat ze zei: “Als vroedvrouw waren het mijn handen die als eerste het kind na de geboorte aanraakten en opvingen. Dat moest heel zorgvuldig gebeuren, want het was voor het kind een hele overgang van de veilige, warme baarmoeder naar de koude, harde mensenwereld. Het moesten liefdevolle handen zijn die dit kind als eerste voelde en opvingen. Heel belangrijk is het, zo vertelde ze, dat de overgang van de baarmoeder naar de wereld liefdevol geschiedt, dat het vertrouwde handen zijn die een naakt en weerloos mensenkind opvangen, dat het kind meteen voelt dat het welkom is.
Toen ik dit las, moest ik meteen denken aan een klein beeldje dat mij ooit werd geschonken na de inwijding van een monument voor het ongedoopte kind. Het beeldje van een volwassen hand, die een klein, kwetsbaar, naakt mensenkind draagt.
Het beeldje staat voor mij symbool voor God ’s Hand, die elk kwetsbaar mensenkind blijft dragen, ook al voelt het zich verlaten door iedereen.

Maar God heeft geen andere handen dan mensenhanden, heeft geen andere stem dan de stem van mensen die een pasgeboren kind opvangen en zachtjes toefluisteren dat ze ontzettend blij zijn met zijn/haar komst, dat het veilig is bij jou, dat het mag koesteren in jouw warme vader- en moederliefde. Het moet een geweldig moment zijn voor jonge moeders wanneer zij hun pasgeborene in hun armen sluiten en dan tegelijk even de pijn en de tranen van het baren mogen vergeten. Nooit zal ik vergeten het moment waarop we onze zoon Ruben voor het eerst, na zeven weken gevochten te hebben voor zijn leven, voor het eerst uit de couveuse in onze handen mochten hebben. Het beeld staat nog altijd op mijn netvlies, hoe mijn echtgenote hem, gewikkeld in doeken, omringd door aluminiumfolie opdat niets van de lichaamswarmte verloren zou gaan, dit kwetsbare kindje in haar armen koesterde. We wisten toen nog niet hoe zijn toekomst eruit zou zien, alleen dat hij ondanks zijn kwetsbaarheid welkom was in ons gezin. Soms krijg je in je leven een opdracht die groter is dan je denkt aan te kunnen, maar waarvan in de praktijk blijkt dat je het gewoon kan en doet, met God ’s kracht. Heel belangrijk is op zo ’n moment dat het kind voelt dat het welkom is, dat zijn komst er toe doet! Dat elk mensenkind, gedoopt of niet gedoopt, mag rekenen op God ’s liefdevolle hand.

Zoals ook de Eerste Lezing bevestigt, waar sprake is van een discussie over wie er recht heeft op God ’s liefde, dat iedereen dit heeft, zolang je maar respect heeft voor God, voor het geheim van het leven. Maar de liefde moet wel van twee kanten komen. Daarvoor hoef je niet persé gedoopt te zijn. God ’s liefde en bekommernis overstijgt dus de Kerk en is ook tastbaar aanwezig in de wereld waar mensenharten voor elkaar kloppen, waar mensenhanden elkaar in vrede weten te vinden en opvangen.
De eerste ervaringen in een mensenleven zijn daarvoor cruciaal en belangrijk. Als geen ander had de vroedvrouw dat begrepen. Wie zou dat ook beter kunnen aanvoelen dan de moeders, in wier schoot, “op wonderlijke wijze een mensenkind werd gevlochten”, zoals psalm 139 verwoordt. Moeders en vaders, mannen en vrouwen, maar vooral de moeders en vrouwen zijn bij uitstek de dragers van God ’s onvoorwaardelijke liefde en trouw aan elk mensenkind. Zij leren ons om ons hart open te stellen voor God ’s liefde, zodat die in ons hart kan wonen. Dat geldt niet alleen voor de moeders die een kind hebben gedragen en ter wereld hebben gebracht, maar voor alle vrouwen die hun onvoorwaardelijke moederliefde en zorg hebben geschonken aan kwetsbare mensenkinderen. Juist vandaag op Moederdag willen wij hen uit dankbaarheid voor hun toegewijd leven dank zeggen. Zij die ons op handen dragen, hun liefde aan ons schonken, ons zachtjes in het oor fluisterden: jij mag er zijn, ik ben blij en trots op je. Zij die in hun leven een glans van Gods liefde laten doorschijnen en het nooit met ons opgeven. Vrouwen die God ’s liefde een gezicht geven in de wereld, naar het voorbeeld van Maria, die wij deze maand bijzonder eren.

Mogen wij God dankbaar zijn dat Hij zulke mensen, vrouwen en mannen heeft geschapen, waaraan Hij zijn liefde heeft toevertrouwd, om ons met warme en veilige handen door het leven te dragen.

Amen.

Denekamp/Ootmarsum, 7/8 mei 2021,

Pastor Jan Kerkhof Jonkman