Hier worden Overwegingen gearchiveerd om ze nog eens na te lezen

 

32e zondag: Geven maakt rijker

Beste medegelovigen, ik denk dat u het misschien wel herkent uit uw eigen jeugd, de moeders die zich helemaal wegschenken om alles te kunnen geven aan haar man en kinderen. Zo herken ik ook mijn eigen moeder, altijd was zij de laatste die aan tafel zat, soms hadden wij het eten al op en dan moest zij nog beginnen en ondertussen was zij al bezig met de volgende gang die klaar stond. Zij zorgde ervoor dat iedereen het beste kreeg wat zij te verdelen had en altijd was zij tevreden met hetgeen er als laatste overbleef. Ook bij een onaangekondigde gast, was er nog altijd een stoel vrij en werd er een extra bord op tafel bijgezet. Dan nam zij genoegen met een kleiner portie. Misschien had zij dan zelf minder op haar bord, maar aan haar ogen kon je zien dat zij straalde, dat zij ervan genoot om de anderen en de gast het naar de zin te maken. Haar vrijgevigheid werd op een andere wijze beloond en dat maakte haar van binnen gelukkig. Eerst de ander en dan ik zelf!

31e zondag: Waar komt het uiteindelijk op aan?

Hoe groter de organisatie wordt, des te meer regels en protocollen worden er ontwikkeld. Dat merk je in de zorg, maar dat is niet anders in de kerk, waar ze in de loop der eeuwen een heel ‘Wetboek vol met regels hebben geschreven, het gaat maar liefst om 1752 paragrafen, waarin alle regels en geboden worden beschreven voor het kerkelijk leven, van wieg tot graf, van gewone gelovige tot en met kerkelijke ambtsdragers, de hiërarchie, van doop tot wijding, van de inrichting van de parochie tot en met het hoogste kerkelijk bestuur in Rome. Blijkbaar moet heel het christelijk leven dichtgetimmerd worden, zodat de kerk haar greep op het leven tot in de slaapkamers van de gelovigen toe in handen heeft. Natuurlijk is het goed dat er regels zijn, om zo het leven voorrang te geven, of als richtlijn om in bepaalde, ingewikkelde situaties goed te kunnen handelen. Maar in daar moet je als gelovige niet de hele dag mee onder de arm lopen, om bij elke situatie het wetboek even te raadplegen. En dat was in de tijd van Jezus niet anders. En ondanks dat de belangrijkste leefregels waren vastgelegd in de Tien Geboden, de Tien Woorden, Tien Leefregels, was het blijkbaar nog niet genoeg om van daaruit zelf een afgewogen beslissing te nemen. Daardoor kwamen er nog allerlei wetten en geboden bij, o.a. reinheids- en spijs wetten. Onze kerk heeft hetzelfde gedaan en ook aan de Tien geboden nog eigen geboden toegevoegd.

30e zondag: In beweging komen

Vaak staat het met grote koppen in de krant: steeds meer mensen kunnen het tempo van onze zich snel ontwikkelende samenleving niet meer bijbenen. Veel mensen leven onder grote druk omdat ze niet kunnen voldoen aan de prestaties en verwachtingen die de werkgever aan hen stelt en raken hun werk kwijt. Ook van onze jongeren wordt steeds meer gevraagd, ook zij worden meegesleurd in de stroomversnelling van onze tijd. Constant wordt er een beroep op je gedaan door de Social Media, het berooft zelfs velen van een goede nachtrust omdat ze zo verslaafd zijn dat ze ’s nachts de telefoon niet uit kunnen doen doen en reageren op elk piepje. Vier- en twintig uur online, je hebt geen tijd meer voor jezelf, geen tijd meer om je even te vervelen, even te lummelen, tijd om gewoon even niks te doen, je agenda is volgeboekt, zelfs in het weekend. Het is niet voor niets dat de problemen onder de jeugd gigantisch toenemen en de wachttijden voor jeugdhulpverlening met maanden zijn opgelopen. En wat te denken van de mensen met een taalachterstand, met een verstandelijke of fysieke beperking…. Zij kunnen ook niet meer mee in onze prestatiemaatschappij en komen net als Bartimeüs langs de kant van de weg te staan. Net als Bartimeüs doen veel mensen in onze complexe samenleving waarin alles gedigitaliseerd dreigt te worden niet mee, ze kunnen op eigen kracht niet meer in beweging komen. Ze zijn buitengesloten, afgeschreven of opgesloten. En je hoeft niet ver om ze te vinden: ze verblijven in ziekenhuizen, verpleeghuizen, in onze zorginstellingen of in hun eigen omgeving, vaak geïsoleerd en afhankelijk van ambulante hulpverlening. Hoe vaak komt het niet voor dat zij zich verstoppen omdat zij zich schamen omdat ze ontslagen zijn of het psychisch niet meer aan kunnen. Ze wonen in onze eigen stad of buurt, en misschien wel in ons eigen lichaam.

Preek viering dementie 2018

Hij was onze beste vriend, de man van de vriendin van mijn echtgenote. Vanaf onze verkeringstijd trokken we met elkaar op. De onderlinge band voelde als familie, onze kinderen noemden hen ook oom en tante. Vele vakanties bracht we samen door met onze gezinnen, trokken we in de zomer Europa door en genoten we van de prachtige natuur en cultuur. Hij was een sterke man, die de regie in handen had. Als vertegenwoordiger in landbouwmachines had hij goede contacten en wist hij overal de weg. Hij was tegelijk een vertrouwensfiguur waaraan veel boeren en boerinnen in hun keuken hun zorgen toevertrouwden. De laatste jaren keek hij uit naar zijn pensioen. Ging het werk hem wat minder gemakkelijker af? Kon hij de automatisering en digitalisering moeilijker bijbenen? Hij was nog maar eind vijftig toen hij gedwongen met vervroegd pensioen werd gestuurd. Dat kon hij moeilijk verwerken, hij had zich toch altijd met hart en ziel ingezet en nu voelde hij zich aan de kant gezet! Hij was daar erg boos over. De regie over zijn leven was hem uit handen geslagen. Hij trok zich steeds meer terug, voelde zich ook onzekerder worden. Tijdens een korte midweek op de Waddeneilanden voelde ik dat er toch meer aan de hand was. Hij verdwaalde in het hotel, kon niet meer kiezen wat hij wilde eten, terwijl ik blindelings zijn menu wel kon invullen, begon hij steeds meer hetzelfde te herhalen…. De man van de weg, die overal de weg kende, was de weg kwijt geraakt. Hij wist niet meer hoe hij zijn volkstuin, waar hij graag verbleef, moest omspitten, hoe hij aardappels moest poten… Hij moest zijn rijbewijs inleveren en zijn auto, zijn trots, werd verkocht. Hij ging steeds meer leven in een binnenwereld, waar je hem moeilijk kon bereiken en begrijpen. De ziekte dementie had zijn geest aangetast en had een totaal ander mens van hem gemaakt. Dankzij de goede zorg van zijn vrouw kon hij thuis blijven wonen, met twee keer per week dagopvang tot het niet langer ging. Op zijn verjaardag werd hij opgenomen in het verpleeghuis, uiteindelijk werd het maar een korte tijd, anderhalf jaar, want in mei j.l. overleed hij. Terwijl zijn leeftijdsgenoten druk waren met de nieuwe invulling van hun pensioenperiode, gleed hij langzaam van ons weg, de eeuwigheid in. Dikwijls heb ik mijzelf min of meer schuldig gevoeld: waarom hij? Waarom overkomt het hem, die ik nog zo graag kwaliteit van leven had gegund, die nog zoveel had kunnen betekenen voor zijn gezin en de samenleving. Je ervaart op zulke momenten je eigenkwetsbaarheid en het geluk dat je nog gezond bent en volop mee kan doen in het leven.

Oogstdankdag Tilligte 2018: Maak je geen zorgen over de dag van morgen!

Als kind herinner ik mij de zomers uit mijn jonge jaren, de zomervakanties die in het teken stonden van het meehelpen op de boerderij, het hooien op het land, het rogge maaien, binden en in hokken opzetten… Vanaf de Es zag ik andere klas- en leeftijdsgenoten fietsen naar het zwembad in Denekamp, of om te spelen bij een of ander vriendje. Natuurlijk was ik wel eens jaloers en dacht ik wel eens stiekem: was ik ook maar één van hen, dan had ik ook echt vakantie! Maar tegelijkertijd was ik blij en dankbaar dat ik met mijn oudste zus mijn vader en de buren kon helpen met het oogsten en het binnenhalen ervan. Ik herinner mij nog hoe blij mijn ouders waren wanneer de paarden met de laatste volgeladen wagen met hooi het erf op reden en kort erna veilig was opgeslagen op de hooizolder, of het laatste voer rogge veilig was opgestapeld op de roggehoop, afgedekt met een grote ijzeren ring. Wanneer we dan van de roggehoop afgleden viel er een grote zorg van mijn vader ’s schouder , blij dat alles weer gelukt was en de wintervoorraad veilig gesteld was. Dan vulde een grote dankbaarheid ons boerenerf… dankbaar voor de goede oogst, dankbaar dat ook dit jaar alles weer tot volle wasdom was gekomen. Deze dankbaarheid was te voelen tot aan de keukentafel toe, waar we de opbrengst met al onze menselijke inspanningen vierden, vanuit het gelovig vertrouwen dat we in alles afhankelijk zijn van de natuur. Dat – hoezeer wij het land ook bemesten en het gewas verzorgen – het uiteindelijk God is die de wasdom schenkt. Meer dan ooit hebben we dat deze droge zomer kunnen ervaren. Die momenten van dankbaarheid koester ik in mijn herinneringen, zo vierden wij als gezin oogstdankdag!